AALST, historiek Forumindex AALST, historiek
Forum voor Aalsterse Geschiedenis
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   GebruikersgroepenGebruikersgroepen   RegistrerenRegistreren 
 ProfielProfiel   Log in om je privéberichten te bekijkenLog in om je privéberichten te bekijken   InloggenInloggen 

Oorlogskroniek der stad Aalst 1914-1918
Ga naar pagina Vorige  1, 2, 3, ... 15, 16, 17  Volgende
 
Dit subforum is gesloten. Het plaatsen of bewerken van berichten of onderwerpen is niet mogelijk.   Dit onderwerp is gesloten. Het plaatsen of bewerken van berichten is niet mogelijk.    AALST, historiek Forumindex -> Aalst een belegerde stad
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
Ads






Geplaatst: Zo Dec 21, 2014 9:12 am    Onderwerp: Ads

Terug naar boven
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 7:31 am    Onderwerp: de Burgerwacht Reageren met citaat

De "Burgerwacht", op de foto anno 1907 posseert het kader. In hun midden zit notaris K.De Vis, luitenant-kolonel bevelhebber van de Aalsterse Burgerwacht. In 1907 waren er 532 ingeschreven wachters te Aalst.

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 7:32 am    Onderwerp: 4 september 1914 Reageren met citaat

Petrus van Nuffel:
Den 4 September 1914, rond 5 uur 's morgens, trok een Duitsch slagvaardig regiment onder het venster mijner slaapkamer voorbij. Ik ontwaak, wrijf eens goed den vaak uit mijn oogen; neven mijn bed staat altijd een tafeltje met schrijfgerief, omdat ik veel 's nachts werk; en ik noteer : « Eerst eene oneindige kolom grauwe voetgangers; de dauw schijnt nog te kleven aan hun grijze plunjen, mistkleurig en dik-bestoven; hun zware laarzenhielen dreunen in maat, hel-klinkend op en neer, over de morgenstille kassei. Tusschen hen stappen een vaandrig met de toegerolde vlag op den schouder, twee tamboers met hun trommel onder den arm, en een fijfelaar. Op een schild staat: Potsdam. Dan volgen de grijsgemantelde officieren te paard, eenigen onder hen bladeren in een notaboekje of schijnen een plan te bestudeeren; terwijl rooken zij rustig hun cigaar. Op een boerengespan rijdt een generaal majestatisch voorbij, met hoogen helm en breeden mantel. Daarna komen een viertal kanonwagens en veldkeukens, getrokken door een koppel paarden, dof-daverend aangereden; de mannen die er boven opzitten, houden kalm hun pijp in den mond. Het heer wordt gesloten door manschappen van het Roode-Kruis, met een band om den arm, en eenige reusachtige en zwartstoffige autos. Intusschen bollen wielrijders-verkenners langs beide kanten der straat gedurig heen en weer. Pas is het regiment voorbij, of het maakt rechtsomkeer en trekt terug vanwaar het gekomen was. Kort daarop volgt een tweede regiment, die een weinig later hetzelfde manoeuver uitvoert... Geen twijfel: z'hadden een verkeerde richting ingeslagen. En nu gaat dit volk naar Dendermonde tegen onze troepen vechten. »
De staf bleef nochtans in Aalst. Het luiden der klokken werd verboden. Gansch den voormiddag, tot ongeveer 10 uur, hoorde men, zeer nabij, het kanon: het waren vervaarlijke slagen, die onverpoosd, gelijk een langen donderdreun, voortrolden in het wijde; en daar tusschenin kon men gemakkelijk, van in het veld, de knettering waarnemen van honderden geweren, die in pelotons losbrandden en beantwoord werden... Ja, het moest er te Dendermonde schrikkelijk toegaan... Rond 1 uur deed een geweldige slag de stad opschrikken: de Duitschers hadden het sas op den Dender (1) doen springen; de dikke houten beschotten en balken waren, door de ontploffing, grootendeels weggerukt en het water zakte zichtbaar; in den omtrek waren eenige huizen beschadigd. Aan de statie en den spoorweg werden weer Duitsche posten geplaatst. Op het Vaartplein (2), vóór de fabriek Jelie, stonden een aantal wagens van den legertrein, en soldaten in blauwe uniformen liepen hier gestadig heen en weer.
Rond 2 uur namiddag eischten de Duitschers van den burgemeester logement voor 60 manschappen en 8 onderofficiers, die vereenigd moesten blijven in de Bierstraat, de Molenstraat (3) en de Vaartstraat. Ten einde zijn geburen alle ongemak te sparen, bood M. Gheeraerdts hen zijne olieslagerij aan, waar de heer schepen van openbare werken aanstonds stroo en bedden uit de Pupillenschool deed heenbrengen. De burgemeester hield zich verders ten stadhuize te hunner beschikking. Een officier kwam er hem vinden en verklaarde dat de Magistraat verantwoordelijk was voor het minste feit of vijandelijken kreet; dat hij het met zijn leven zou boeten, indien één Duitsch soldaat beleedigd werd. Tien schildwachten werden voor de poort des burgemeesters geplaatst, met bevel hem oogenblikkelijk neer te schieten bij de kleinste onaangenaamheid of opstand. Kalm en waardig antwoordde M. Gheeraerdts :
- Ik heb het mogelijke gedaan voor het handhaven der openbare rust. De plakbrieven hangen op de stadsmuren, waarbij ik volledige kalmte beveel. De bevolking is ontwapend.
Een major kwam tusschen. De burgemeester wilde dezen de gastvrijheid onder zijn dak geven. De weigering was beleefd:
- Het is verkieslijk, dat gansch de staf in de Pupillenschool verzameld blijve.
De tien schildwachten werden voor de poort weggetrokken; het eerewoord van den eersten Magistraat bleek voldoende; maar de bedreiging bleef nochtans formeel: in geval van oproer of vijandelijkheid, zou hij, als verantwoordelijk, gefusiljeerd en verscheidene notabelen der stad aangehouden worden.
Schrikkelijke nacht ! De moordenaars en brandstichters van Leuven kwamen in vlottende massas langs de Molenstraat de stad binnengestroomd, zingende en tierend. Op de Groote Markt gingen zij in gelid staan; de wagens werden rondom het kiosk gezet, de paarden uitgespannen en gestald. Al de gasthoven en logementen waren bezet. Die troepenmacht vertrok 's morgens in de richting van Assche.
Dien 4 September was Lebbeke (4) opnieuw het voorwerp van eenen aanval. De Belgen, die hier slechts eenige voorposten hadden gelaten, moesten achteruitwijken. Niettemin hadden zij den vijand geruimen tijd op afstand gehouden.
De inwoners werden door hevig geweer en mitrailjeusvuur gewekt, en men kan licht begrijpen welke vrees die reeds zoo zeer beproefde lieden doorstonden. Gedurende drie uren woedde de strijd in volle heftigheid, en 't was eerst ten 7 uur, dat de Belgen wegtrokken naar Sint-Gillis en Dendermonde toe, en met hen bijna de gansche bevolking. De Duitschers schoten op eenen trein, die voorbij een stopsignaal gereden was en aldus een petard had doen ontploffen; de 17jarige Maria Cornelis, van Sint-Gillis, werd op den slag gedood, en Frans De Cock, van dezelfde gemeente, werd zoo erg gekwetst, dat hij korts nadien bezweek. Nog twee ander personen bekwamen ernstige verwondingen. De vijand had den knal van den petard voor een geweerschot genomen en aldus op den trein gevuurd; hij deed te Lebbeke zijn intrede als moordenaar en dief. De soldaten braken de deuren open, sloegen de ruiten stuk en staken de huizen in brand. De dorpelingen werden uit hunne woningen gehaald, vrouwen en kinderen in het veld gedreven, en derwijze blootgesteld aan het gevaar, door de alom vliegende kogels doodgeschoten te worden. De mannen werden bijeengebracht en op rangen geplaatst, vóór de Duitsche troepen, en verplicht vooruit te gaan in de richting van Dendermonde. Kort daarna werd de gemeente gebombardeerd. De toestand der Belgen was onuithoudbaar; zij rukten over de Schelde en hielden den rechteroever bezet, terwijl zij de bruggen van Schoonaarde, Uytbergen, Wetteren en Melle vernielden.
Ten 9 uur 15 minuten nam de beschieting van Dendermonde aanvang: Een uur later drongen de Duitsche troepen in de stad. Uit het Hospitaal namen ze doctor Van Winckel, voorzitter van het Roode Kruis, en den E. H. Van Poucke, aalmoezenier van de Kommissie der gemeentehospitiën, als gijzelaars; in de Bank werd eene som van 2.100 fr. gestolen: ten 3 uur 's namiddags staken de pioniers het vuur aan de constructie-werkplaatsen en aan vier groepen huizen; de inwoners werden verplicht de stad, die gansch verwoest moest worden, te verlaten.


(1) het sas

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



(2) foto ca.1932, de Dender (stroomafwaarts, richting Dendermonde) met de in 1909 verhoogde spoorwegbrug, vooraan de St.Annabrug en links het Vaartplein met de fabriek Jelie.

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



(3) Molenstraat, richting Grote Markt

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



(4) meer hierover bij Paddy's "Dendermonde 1914"

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



nog twee Aalsterse gesneuvelden
Gaston Boute († Breendonk 04-09-1914)

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



Frans Van Heddegem († Münster, Duitsland 04-09-1914)

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 7:33 am    Onderwerp: 5 september 1914 Reageren met citaat

Petrus Van Nuffel:
Op 5 September, om 5 uur 's morgens, zag men een Duitsch wielrijder, die een platte muts droeg, - tot heden waren slechts puntige hoofddeksels bemerkt. - Het huis van den burgemeester, in de Vaartstraat, werd aangeduid als logist voor een major, een adjudant, een ordonnans en drie paarden; de adjudant was dezelfde, die daags te voren enkel bedreigingen uitte. 's Middags kwam de major en zijn ordonnans, - de adjudant at bij M. Isidoor Leclercq en vernachtte bij den notaris Breckpot. Aan tafel toonde de major de portretten zijner vrouw en twee zonen; dertien familieleden maakten deel van het leger. Hij was enkel de Duitsche taal machtig en praatte :
- Droeve oorlog.... Moedige, onverschrokken Belgen.... Te Leuven kende de woede mijner soldaten geen palen; de burgers en de vrouwen hadden op hen geschoten....
- Hoegenaamd niet, viel M. Michel in de rede. Het waren geen burgers, maar burgerwachten, en deze deden slechts hun plicht. Om u te overtuigen, zal ik u eene kapot en een kepi der garde-civique laten zien... Duitschers hebben te Leuven op Duitschers geschoten, die van Mechelen kwamen, troepen van von Manteuffel.
(Het is later bewezen dat die bewering echt was.)
De major betreurde de verwoesting van Leuven en der Hoogeschoolboekerij. Maar `t was oorlog ! Aan tafel gedroeg hij zich zeer matig, en bij bet nagerecht hief hij den beker in de hoogte en dronk: Op de Vrede ! s'Avonds kwam de adjudant als een wind binnengevlogen; hij hijgde buiten adem, en brabbelde in de Fransche taal, met koddige tongwending, een en ander over het bombardement van Dendermonde.
Ja, heden 5 September 1914, begon, onder't bevel van major von Sommerfeld, het stelselmatig afbranden der Schelde en Denderstad. Zelfs het hospitaal bleef niet gespaard, en werd met petrol begoten; zieken, grijsaards en gewonden moesten in allerhaast op een ander overgebracht worden; een zieke bleef in die vuurzee. De Begijnenkerk, een gebouw der XVIe eeuw, werd uitgebrand. De plundering duurde heel den nacht, en den 6 September gaf von Sommerfeld last, het vernielingswerk voort te zetten, of liever tevoltooien, zooals het dan ook geschiedde.
Op dergelijke wijze ging het toe te Appels en elders.


wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 7:35 am    Onderwerp: 6 september 1914 Reageren met citaat

Petrus van Nuffel:
Den nacht van 5 op 6 September 1914 klommen verscheidene Aalstenaars op ons Belfort (1), om vandaar, in den akeligen gloed der deinende verte, de verwoesting onzer Zusterstad te aanschouwen, waar alles lag te kermen en te huilen onder de woede en de ontzettende wreedheid der vernieling, waar al de huizen hun steenen in de lucht spuwden, als een vloek tegen den oorlog ...
Roekelooslicid was en bleef steeds een hoofdtrek van 't Aalstersch volk, en daarvan gaf onze stadgenoot Jaak Van den Bergh (2), die later in de plaatselijke gebeurtenissen een der hoofdrollen zou vervullen, het bewijs. Samen met een zijner vrienden had hij het besluit opgevat, den 6 September een bezoek aan 't brandend Dendermonde te brengen.
Na de eerste mis in de Collegekerk gehoord te hebben, trok men op weg. Gekomen te Gysegem, poogden aldaar vertoevende kennissen de waaghalzen van hun voornemen te doen afzien, doch zonder omkijken vervoorderden zij de gevaarlijke reis en geraakten heelhuids vóór de poorten van Dendermonde. Tegen het schietplein vonden ze de puinen van het eerste afgebrand huis en ontwaarden ze den heer stadssecretaris De Ley, met zijne dcchter, die hen toeriep: " Beste vrienden, keert terug, uw leven staat op het spel; niemand mag binnen de stad !" Algelijk ging het tweetal verder, voorbij den eersten loopgracht, over de krengen van gedoodde paarden, over ransels, helmen, schakos, gamellen en wapens. In de stad trof hen een ijselijk schouwspel: beneden alles in lichtlaaie vlammen, en er boven een reusachtige vuil-rosse rookwolk; knetterende vuurslangen likten de wanden der gebouwen; gevels vielen met dof geplof in de straten: miljoenen vuurgensters spatten in alle richtingen als van een monstervuurwerk, waar middenin, in den gloed scherp afgelijnd, de silhouet staat van het stadhuis, als 'n geboeiden athleet, die stommelings - datsem loslieten - op de branders, onder hem, zou springen en verpletteren en elkendeen dooddoen; en tusschen dit gesis en gedruis en gekraak, de zilveren klanken van het geteisterd klokkenspel, dat een lied uit langvervlogen tijden van roem en grootheid, een laatst vaarwel zong aan de oude Vlaamsche stede ....
Op de Groote Markt moesten de Aalstenaars elkander bijstaan om over de telegraafdraden, die te gronde lagen, te kruipen. In het gat der Markt, aan den goudwinkel Van den Durpel, stonden twee ouwmannekens; het huis brandde niet, maar vensterluiken en vitriens waren verbrijzeld, en daarbinnen lag alles overhoop: ledige doosjes genoeg, maar geen spoor meer van goud of zilver. Er was volk in den winkel; men hoorde het heen en weer gaan.
-Wat voor lieden zijn dat? En wat doen ze daar ?
- 't Zijn plunderaars, antwoordde een der oudjes: zij voltrekken het werk der Duitschers.
M. Van den Bergh plaatste zijn makker en de twee Dendermondenaars op wacht. Hij zelf ging binnen en kletste duchtig met den gaanstok onder de roovers - ze waren vier in getal - die naar de straat stormden en daar in de handen der wakers terechtkwamen; hun zakken werden doorzocht, maar waarschijnlijk hadden ze den tijd gehad, het gestolene weg te werpen, want zij bezaten niets meer. Van uit de puinen van het stadhuis werd er op de Aalstenaars geroepen: 't was de heer schepen Vermeersch, die alles gezien had, en er aan hield, onze stadgenooten te bedanken.
Aan den hoek der straat bemerkten zij een schildwacht, vóór wien een arme vrouw op de knieën zat. Het vuurroer naar de twee aankomende mannen gericht, deed hij teeken hem te naderen; zij toonden hun naamkaartje en wezen naar een brandende woning, waar, volgers hun zeggen, de zuster van M. Van den Bergh woonde. De soldaat was op het punt hen door te laten, wanneer, uit de richting der statie een compagnie pionniers of brandstichters opdaagde. De luitenant, een jonge kerel, vroeg wat de Aalstenaars daar verrichtten; de schildwacht gaf eenige woorden uitleg, en beiden kregen aanzeg, langs het station, uit de stad te gaan. Beter kon het niet, want dit schonk hen de gelegenheid, de verwoesting in gansch haar uitgestrektheid te aanschouwen. Vooraleer deze plaats te verlaten, bemerkten zij nog dat een pionnier met zijn bijl de luiken van een huis verbrijzelde, en dat de luitenant en twee soldaten vóór de opening stilbleven; nog waren zij uit de straat niet, of de vlammen sloegen reeds door de vensters; wat er daar ingeworpen was, konden ze niet onderscheiden. Verders geraakten de reizigers zonder ongevallen in hun haardsteden weer.
In Aalst bleef het eenige dagen rustig. Alom heerschte begijnhofstilte, die loodzwaar op de bevolking drukte.


(1) Het belfort

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



(2) Jaak Van Den Bergh (° Aalst 09-07-1868)

wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 7:36 am    Onderwerp: 6 september 1914 (vervolg) Reageren met citaat

Petrus Van Nuffel:
Van uit Dendermonde bedreigde de vijand onze aftochtslijn naar Vlaanderen. Ons leger bevond zich in en rondom Antwerpen. Deze versterkte stelling was toen nog niet belegerd en onze troepen zouden er immers de Duitschers nog veel spel leveren, voornamelijk door de uitvallen van 9 tot 13 September. Kost wat kost moest Dendermonde aan ons blijven en de dekking uitmaken van der Belgen aftocht, die na den val van Antwerpen zou plaats hebben. Evenwel zetteden de Duitschers hunnen opmarsch voort, hadden reeds eene brug over de Schelde geworpen en waren op den linkeroever, in de richting van Grembergen, Zele, Lokeren en Wetteren doorgedrongen. Onze legerleiding gaf de eerste en de zesde afdeelingen bevel, den vijand te Dendermonde aan te vallen. Een vreeselijk gevecht had plaats; 't had lang geduurd: van den 4 tot den 7 September, en veel slachtoffers gevergd. De stad Dendermonde was in puin en asch gelegd; de bevolking, gemarteld en gefolterd, werd gevangen genomen en naar Duítschland gestuurd. De Duitschers verlieten de stad en hunnen aftocht geschiedde in de grootste wanorde. Onderwege plunderden en brandden zij zooveel ze konden, maar de Belgen zaten hen dicht op de hielen en waren weldra terug meester van den omtrek.
Een gekwetst Belgisch soldaat, Jules Delalune, geboortig van Belcourt (Henegouw), werd met een tiental wapenbroeders in het klooster der Eerw. Zusters van Gysegem, hetwelk in een hospitaal herschapen was, binnengebracht. Doch de Duitschers, steeds nader komend, verschenen aldaar ook met hun gekwetsten, en onze jongens gingen in 's vijands handen vallen. De geneesheeren deden het klooster ontruimen. Daar Delalune in bedenkelijker toestand verkeerde, besloot men hem alleen te vervoeren; maar de krijgsautomobiel, die de eerste gewonden wegbracht, werd op geweerschoten onthaald, en keerde niet meer terug; Jules bleef dus liggen waar hij lag, geschoten op 'n zonderlinge wijze: dóór den elleboog, dóór de long en zoo dóór de maag... Hij moest ten koste van alles gered worden. En al had hij maar eenige uren meer te leven, de goede Zusters wilden den lijder niet blootgesteld zien aan gebeurlijke mishandelingen. Zij lieten hem in de ziekenzaal, waarvan ze de deur op slot deden.'s Anderdaags wilden de Duitschers die plaats nazien; men gebaarde den sleutel niet te vinden en het onderzoek werd uitgesteld. Des nachts verdroegen de Zusters Delalune in een klein kamerken der kloostergemeente; vóór den toegang plaatste men een hooge kleerkas, opgepropt met kleedingstukken, en uit dit meubel waren de rugplanken genomen, zoodat men langs deze opening den gekwetste kon naderen en verzorgen.
Tot eenieders verwondering kwam Jules Delalune stillekens-aan tot beternis, niet alleen naar lichaam, maar ook naar ziel, want hij leerde, gedurende de weken die hij daar verstoken lag, de Catechismus en deed er zijn Eerste Communie. Zijn toestand beterde zóódanig, dat hij het verlangen uitdrukte, heen te gaan bij zijn ouders. Men verschafte hem het noodige om dien wensch te voldoen. Maar er viel op te passen, want de vijand was verwittigd dat in 't klooster een Belgisch soldaat verborgen zat. Doctor Goedertier's broeder was bestuurder van het College te Ninove, en hij besloot den jongeling daar naartoe te doen brengen. De zuster van M. Jaak Van den Bergh (Eerw. Zuster Rosalie) kwam tusschen om Jules naar Aalst, bij haar brocder, te voeren :
- Jaak zal er wel voor zorgen, zei ze zoo.
Op 't einde van October ging een der kinderen van M. Van den Bergh, alsdan dienstdoende burgemeester, zijn vader op 't Landhuis verwittigen, dat er in hun woning een gewond soldaat lag. Vliegens snelde M. Van den Bergh huiswaarts, vond er Jules Delalune, en ontbood doctor Leo De Clercq. Wanneer Jules' wonden vermaakt waren en hij op een malsch bed gelegd was, moest men er naar uitzien hem te redden. M. Van den Bergh had in zijn bezit een tilbury, op wielen van caoutchouc, dien hij de Duitschers ontfutseld had; dit was al iets; doch er ontbrak een paard; ook een man, die zwijgen kon. Louis, de knecht van M. Oscar Van Causbroeck, viel toevallig onder de hand, en de burgemeester maakte hem deelgenoot van het geheim. Louis, een goed hart onder 'n ruwe schors, scheen fier, tot het volvoeren eener edele taak uitgekozen te worden. Hij zocht en vond een paard en spande in; Jules werd in een dik wollen deken gewikkeld en neven den koetsier in den tilbury gelegd. Zachtjes aan, langs effen wegen, kwam men zonder slag of stoot in 't College van Ninove aan; aldaar stond juist een automobiel, die naar Edingen moest; met dit voertuig geraakte de gewonde bij de Zusters van den H. Vincentius te Edingen, en vandaar bij zijn familie.
Jules Delalune, gansch hersteld zijnde, poogde later terug naar het front te keeren; zijn eerste poging mislukte; een tweede maal geraakte hij tot aan de grens, doch werd aangehouden en naar Duitschland overgebracht; in den beginne stuurde hij nu en dan nieuws aan zijn weldoeners, maar weldra vernam men niets meer, en niemand weet wat hem gewerd.
Den Zondag 6 September hadden vier Jefkens hetzelfde ontwerp gevormd van hunnen stadgenoot M. Van den Bergh, namelijk een bezoek te brengen aan Dendermonde. Het waren Jozef Van Renterghern (1), Jozef Guns (2), Jozef Verbrugghen (3) en Jozef De Moor (4). Hun groep werd, bij het vertrek, aangevuld door drie makkers: Frans Temmerrnan, Arsène Van de Velde (5) en Leo De Schryver (6). Zonder vaar of vrees trokken zij af op Audegem, hetwelk in brand stond. Aldaar vernemende dat al de weerbare mannen gevat werden, zakte men langs Sint-Gillis af, naar Wieze. Doch hier was het halte. Een Duitsch officier gebood hen te blijven staan.
- Ge zijt soldaten. Vanwaar komt ge ?
- Van Aalst.
Na een kort onderzoek mochten de Aalstenaars verder gaan; maar nauwelijks was men eenige stappen wijd, of een vliegmachien verscheen boven hun hoofden en de pinhelmen schoten er stevig op los. De zeven vrienden verdoken zich in een elskant, allen dicht tegen elkander; en wanneer het gevaar geweken was, beenden zij over dik en dun naar den steenweg. Aan de brouwerij Callebaut vielen ze in een talrijken troep soldaten.
Onmogelijk te ontsnappen: allen werden aangehouden en ontkleed. De luitenant sprak van hen door den kop te schieten, beval de geweren gereed te maken en vergezelde het zevental tot bij den staf, die op den steenweg gebleven was. Daar ook hoorde men van fusiljeeren roepen ....
Maar neen: de vrienden werden aan elkander gebonden, de armen gekneveld en, onder schuppen en slagen, naar Lebbeke gebracht, waar men hen acht uren lang in eene kapel opgesloten hield. 's Avonds, om 5 uur, werden zij naar de dorpskerk gebracht, waar reeds 350 man zat, en gelegd tusschen vier kandelaars met brandende keersen, gelijk men doet voor eenen lijkdienst. Binst den nacht, kregen zij nat noch droog, en 's morgens, te 4 1/2 uur, moest men zich met een droge korst brood tevreden houden.
Wij staan hier het woord af aan eenen der ongelukkige Jefkens, die ons in zijn gemoedelijke taal zal vertellen wat er nadien gebeurde:
"Tusschen twee rijen soldaten trokken we met ongeveer 400 gevangen burgers naar Brussel. Onderwege schoot men een landman van Lebbeke dood. Aan de Beurs en aan de Noordstatie stonden de Duitschers ons te bespotten en te tergen. Wij werden dien Maandag, om half twaalf uur, in een trein geduwd en weggevoerd, en bleven, zonder 't minste voedsel, tot 's Woensdags, 3 uur 's morgens, wanneer wij te Aken toekwamen; daar kregen we rijstsoep. Den 9 September, rond 3 uur 's nachts werd ons gezelschap afgezet in het kamp van Sennelager bij Paderborn, en in 't burgerlijk gevang op stroo gelegd. Onze kleederen werden in den doomketel gesmeten en wij trokken naar het bad; daarna sneed men ons haar af en sommige gevangenen geraakten den helft van hunnen knevel kwijt. Tusschen ons bevond zich voornaam volk, onder andere den heer advokaat Cooreman, lid der bestendige deputatie, ja, zelfs miljonnairs; ik zag kinderen van 13 en 14 jaren, die uit den neus bloedden en te gronde zakten van flauwte en vermoeinis, en wanneer zij naar voedsel vroegen, klonk het steeds barsch: Schweinhund, totschieszen ! ... 's Middags gaf men ons eindelijk een keteltje roodekoolsoep. Den Donderdag avond werd elk een brood van 400 grammen toegeworpen. Daarna verbleef ik, samen met Engelschen en Franschen, alsook met zekeren heer Baro, van Dendermonde - die aldaar stierf - drie nachten onder de open lucht, zonder dekens; wij liepen van kou altijd rond, om ons te verwarmen.
Vier maanden lang zijn wij in die hel verbleven, werkende in regen en wind, gevoed met soep van kolen en snijboonen, watersoep, en bewaakt door duivels. Wat we daar doorstonden, is met geen pen te beschrijven. Eindelijk, den Zondag 24 Januari 1915, sloeg voor ons het uur der verlossing. Al de Belgen moesten hun stroozakken verbranden en op den koer komen. Het vertrek naar München geschiedde evenwel slechts den Woensdag, om 4 uur 's morgens. Wij stapten s'anderdaags af te Luik en bleven daar in een barak tot Donderdag s'middags. Te Mechelen sliepen we in eene cinemazaal; daar werd het volk, hetwelk ons eenig voedsel toestak, door brutale pinhelmen weggestampt. Met twee treinen kwamen we uit Brussel te Aalst, den 31 Januari 1915, toe en werden naar de Pupillenschool geleid, tusschen een menschenzee, tusschen rijtuigen en karrekens, aangebraccht om de 400 inwoners van Lebbeke, Sint-Gillis en Dendermonde naar huis te voeren. Immers, menigeen kon geen voet meer verzetten van uitputting en ontbering; ik geloof niet, dat men ooit zoo'n rampzalig vertoon zag; velen hadden nog slechts de huid over de beenderen. Een heer van kennis vroeg mij de hand; ik dierf hem deze niet toereiken ze was te vuil ....."
Den 6 September had eene botsing tusschen Belgen en Duitschers plaats te Oombergen; een pinhelm werd gedood, een gekwetst en twee geraakten krijgsgevangen. Denzelfden namiddag kondigde men een schermutseling aan op het grondgebied van Nederzwalm: de Duitschers, ten getalle van veertig, leden een bloedige nederlaag; ook een der onzen sneuvelde. Bijna tezelfdertijd werd er gevochten vóór de gemeente Oordegem.
Op dezen Zondag, 6 September, geschiedde op de Graanmarkt (7), onder de open lucht, een protestantsche lijkdienst. Gedurende heel den voormiddag hoorde men geweervuur. Waar was het ? Te Dendermonde ? Te Oordegem ? Neen: waarschijnlijk te Baevegem; aldaar had tusschen de Belgen en de Duitschers eene ontmoeting plaats; twee Belgische autos, die van Gent kwamen, wilden door de Duitsche troepen; zes Belgische soldaten werden gedood en eenige Duitschers erg gewond, die men naar het Rood Kruis der Pupillenschool (7) overbracht. Na den noen, hevig kanonnengedommel in de richting van Wetteren. De major, bij burgemeester Gheeraerdts ingekwartierd, vertelde met vollen mond: dat er gevochten werd rond Maubeuge; dat er in den omtrek van Dendermonde 4000 Duitschers gevallen waren; dat zijn volk op Aalst afzakte en de Belgen zich saamtrokken op Antwerpen, enz., enz. Rond 9 ure 's avonds brachten hem twee officieren een brief; zijn oppasser schikt de koffers in orde; hij zelf gaat slapen, maar voorziet dat hij gedurende den nacht zal moeten vertrekken. En zoo geschiedde het: rond middernacht trok de major er uit. 's Morgens vond men in de kamer een stuk inpakpapier met het adres: «Major Karl Hildebrand, Hambourg, 18e division, 86 reserve regiment, 32 bataillon.»


(1) Jozef Van Renterghem (° Aalst 03-03-1880)

(2) Jozef Guns (° Aalst 26-03-1870)

(3) Jozef Verbrugghen (° Aalst 21-01-1877)

(4) Jozef De Moor (° Aalst 17-03-1877)

(5) Arsène Van De Velde (° Aalst 23-03-1874)

(6) Leo De Schrijver (° Aalst 24-01-1896)

(7) De Graanmarkt, links het atheneum, rechtop de Sint-Martinus kerk en recht de pupillenschool.

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 7:37 am    Onderwerp: 7 september 1914 Reageren met citaat

Petrus Van Nuffel:
Den 7 September van 6 uur's morgens, heerschte groote beweging: doortocht van Duitsche troepen, kanonnen, voetgangers, ruiters, autos, twee reusachtige automobielen van den staf. Terwijl deze krijgsbende door onze straten toog, dreunend en lallend
Mit Gut uns Blut zum unterpfand
Dem Kaiser und dem Vaterland !
Verscheen een Duitsch vlieger, die een vlagje, aan hetwelk een briefken gehecht was, liet nederdalen. Alhoewel geen moeite gespaard bleef om dit bericht in handen te krijgen, duurde het zoeken zóó lang, dat de bevelvoerende generaal ongeduldig werd en dreigde gansch het statiekwartier in brand te steken, in geval het stukje papier niet te voorschijn kwam. Een patroelje Uhlanen ging in negen aanpalende straten, van huis tot huis, opzoek; waar de bewoners afwezig waren, werden de deuren met, bijlslagen opengebeukt. Drie ruiterijsoldaten drongen, in de Koophandelstraat, ter woning van den vleeschhouwer Adolf Scholliers; zij grepen den braven man vast, plantten hem den revolver op de borst en sleurden hem naar boven. Beneden hoorde men het eendelijk kermen van den ongelukkige, gelijk hij op den zolder mishandeld werd; vervolgens zagen zijn vrouw en kinderen hem beneden, naar de straat trekken, weer binnen brengen, andermaal naar boven sleuren, om daar opnieuw geslagen en wreed gestampt te worden. (Adolf Scholliers overleed den 13 Mei 1916, tengevolge dezer martelie). Het briefje werd eindelijk gevonden, overhandigd aan den politiecommissaris Bauwens en den aanvoerder besteld; er stonden slechts twee woorden op: Frankreich gefarlich; dus een bevel om met verhaasten stap naar Frankrijk te rukken. - Onderwege had dit krijgskorps den E. H. Pastor van Moorsel gevat en meegebracht tot op de Moorselschebaan; daar de gevangene, gekomen aan het Lieve-Vrouwplein, niet verder kon, liet men hem gaan; doch de E. H. Pastor Lauwereys, van Mijlbeek, werd uit zijn woning gehaald, om den Pastor van Moorsel tusschen de opgedrevenen te vervangen. In de stad nam men verscheidene rustige toeschouwers mee, waaronder den heer schepen Felix De Hert en M. Jules Eeman; onderwege werd M. De Hert door de soldaten laffelijk geslagen en mishandeld; velen der aangehouden Aalstenaars moesten ransels en geweren dragen en herkregen slechts de vrijheid na twee uren gaans.
Ten 1 uur stapte de oppasser weer bij den burgemeester binnen en kondigde de terugkomst aan van den major en van nieuwe troepen. Daarna liep hij naar de olieslagerij zijn oud logist opzoeken. Een luitenant en twee onderofficieren, zonder zich om iemand te bekommeren, traden in huis, klommen naar boven en namen de kamer, voor een generaal bestemd, in beslag; vervolgens kwamen zij in de verandah zitten, begonnen te rooken en vroegen een glas Rijnschen wijn. Om 7 uur daagde Hildebrand op, voor het avondmaal, en hij bracht twee officiers mee; de major, de drie nieuwe eters bemerkende, toonde zich over hun aanwezigheid weinig gevleid. Ten 9 uur, ander heeren: een paardenmeester en een kommandant, stoute stuivers, die naar het tweede verdiep trokken; M. Michel ontmoet hen op den trap: « Wij hebben al de kamers noodig, zeggen ze, en de poort van het huis moet dag en nacht openblijven.» Heel den nacht was het er een helsch rumoer, en zulks zal niemand verwonderen als wij zeggen dat er bij den burgemeester verbleven: in het woonhuis 1 major, 5 officieren, 2 onderofficieren; in de magazijnen 8 ruiters met hun paarden; in de olieslagerij 8 onderofficieren en 85 manschappen .... Ruiters en voetgangers vochten onder elkander voor het slaapgoed !
In de stad zochten de officieren naar vleesch en brood: bloem was er niet, en het vleesch was schaarsch. De verbintenis met Gent lag verbroken. De politie werd gelast met het verzamelen van eenige eetwaren.
Aan de boomen der Graanmarkt staan 's nachts veel paarden gebonden.
Denzelfden Maandag, (7 September) kwam een detachement van 't leger van von Boehn te Melle-Quatrecht. Belgische vrijwilligers en Brusselsche burgerwachten versperden den weg. De vijand zulks gewaar wordende, verschool zich in het, Blauwselfabriek, en toen ons volk onder hun bereik kwam, openden zij een hevig vuur. Daar de Belgen, desondanks, steeds meer, en meer naderden, trachtten de Duitschers in de zijde aan te vallen en verlieten het fabriek, zij verdoken zich in eene reeks huizen om vandaar onze troepen te beschieten. Zij werden evenwel uit deze verschansing gejaagd, doch staken dezelve in brand, de Belgen aldus belettend er gebruik van te maken. Ook ander woningen stonden aldra in lichterlaaie. De vijand kreeg het ten slotte te kwaad en moest vechtend achteruit. De Belgen hadden negen dooden; verscheidene burgers lagen links en rechts vermoord; in stallen en aanpalende weiden vond men de krengen van talrijke paarden, koeien en zwijnen; op den steenweg lag den halfopgebranden wagen en daarneven de twee gedoodde paarden van den Aalstenaar De Strooper-Corthals; dertig huizen waren de prooi der vlammen geworden. Van de Duitsche verliezen kon men niets te weten komen.
Bezijden den Gentschensteenweg, ter wijk Siesegem, staat het buitengoed van deurwaarder Van Muylem (1), een eigendom van ongeveer twee hectaren, met muren rondomhenen, - een peiselijk nest, waar kunst en poëzij oekeren. Op het dak van het kasteel verheft zich een toren, die de omliggende uitgestrekte vlakte beheerscht, - gansch geschikt om te dienen als verkenningspost en verschansing.
De bewoner zat rustig in den tuin, wanneer men hem verwittigde, dat een Duitsche patroelje binnen gekomen was. Hij ging zien en bevond zich voor een luitenant, een onderofficier, een korporaal en acht soldaten. De officier groette en zei, in de Fransche taal, dat hij het buitengoed kwam bezetten, ten einde aldaar een post in te richten.
- Indien ge dit recht hebt, mijnheer, antwoordde de eigenaar, kan ik mij daar niet tegen verzetten.
De luitenant uitte eene verontschuldiging voor den last, dien hij berokkenen moest : de oorlogs-noodzakelijkheid eischte het.
- Zijn er soldaten ten uwent ?
- Neen.
- Hebt gij wapens?
- Neen.
- Open deuren en vensters.
M. Van Muylem gehoorzaamde. Wanneer de woning doorloopen en doorzocht was, gaf de overste bevel een verkenningspunt te maken langsheen de omheining, met het hout, hetwelk in eene afhankelijkheid gevonden werd. De soldaten zaagden de takken van de boomen, die het uitzicht op den steenweg belemmerden; twee manschappen werden op de groote baan gesteld, twee aan den uitgang van het kasteel, twee bleven in den verkenningspost en de overigen doorsnuffelden den hof. Nadien sprak de officier:
- Ik verbied u, aan de soldaten bier of likeur te geven. Heden avond, ten 6 uur, ben ik terug.
Hij vertrok en kwam s'avonds weer, Dan vertelde hij. De luitenant was in het burgerlijk leven leeraar aan de Hoogeschool van Kiel; Duitschland had de oorlog niet gewild; hij was hem door de omstandigheden opgedrongen; de krijg zou niet lang duren; de Belgen hadden dapper hun plicht gekweten; feitelijk aanzag Duitschland ons niet voor vijanden; er kon hoegenaamd geen spraak zijn van aanhechting: de Congo, dat was wat anders ! wellicht zou men ons de kolonie afkoopen. Ten slotte vroeg hij nog:
- Hebt gij u van de soldaten te beklagen ?
- Neen, antwoordde M. Van Muylem.
- Het groot leger zal hier binnen eenige dagen voorbijtrekken. Alsdan moeten wij u verlaten. Intusschen zult ge nooit beter bewaakt, nooit veiliger geweest zijn.
Tot morgen.
Een weinig later legden zich zes soldaten in de voorkamer van het gedoen te slapen. De overigen bleven op wacht.
De dag ging tenden.
Het werd een mooie zachte Septemberavond.
In den omtrek ademde alles vrome piëteit.
De boomen werpen lange schaduwen in het geel-groen gers. In het peilloos diep der oneindelijkheid doezelt alles weg in wuivende wazige allengerhand uitdunnende nevels, in trillende deemstering. 't Zinkend zonnelicht spat nog eenige druppelkens goud in den fluweelen blauwen mantel; en tusschen de gerren der bosselkens spelen tallenkante klaarten van oranjegloed. Verre, stadswaarts, jubelen, door het wijd, de preludes van den beiaard ....
M. Van Muylem zat op een hofbank, naast een lang perk van geurende violetten, doorstippeld met heliotroop. Een soldaat kwam een fosfoortje vragen om zijn pijp te doen branden. Hij nam neven den eigenaar plaats en keuvelde: dat hij boomteelt-overste was in den omtrek van Hannover; dat hij hoopte dat de oorlog niet lang zou duren. Na een poos sprak hij opnieuw, en zijn stem beefde; in zijn blikken vol melancolie glinsterden tranen; hij tuurde strak in de verte, in de stervende zonneschemering; en hij sprak van zijn vrouw, en hij weende om zijn kinderen ....
De avond verdween met de omgeving in de maskerade van den nacht. De roode boorden, die de ondergaande zon aan de wolken schilderde, zijn losgerocht en in een andere wereld weggeslonken. Ommendom slaap alles bladstil, in wervelschaduw. Alopeens valt een zware slag van klokkenbrons uit de steenen monden des kerktorens van Nieuwerkerken, die rijzekens nog iets van z'n stompheid laat zien.
Alleen de sehildwachten waakten. Edoch ook op den bewoner had de slaap geen vat, en, ter legerstede uitgestrekt, in de lezing van een boek, verbeidde hij den morgenstond.


(1) Gentsesteenweg (richting Aalst) met rechts het kasteeltje van Van Muylem.

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 7:38 am    Onderwerp: 8 september 1914 Reageren met citaat

Petrus van Nuffel:
De daggodin glom in volle luister aan de kim en verlichtte boomen, bloemparken en struikgewas. De vergulde weerhanen van het kasteel schaaierden met zilver-geel licht, vloeiend opaal.
Tusschen 4 en 5 uur weerklonken plotseling, onder het venster, twee geweerschoten. Onmiddellijk daarna verscheen de hovenier op de stoep van het kasteel, daar hij murmelde
- Een Duitsch heeft zich gezelfmoord. Dáár, op den grond, daár ligt hij ....
M. Van Muylem had het voorgevoel van iets onheilvoorspellend.
Hij naderde.
Op den grond lag de soldaat, die, voor eenige uren, weende bij het herdenken van gade en kinderen, - het dijbeen doorschoten; de tanden vast op elkander gesloten; de blikken star open; het wezen doodsbleek
Men hief hem op.
Al de soldaten waren bijeen en spraken onder elkander met gedempte stem. Voorafgegaan van den onderofficier, die den revolver in de hand geklemd hield, doorstaken ze met hun bajonetten struiken en heesters ... Hoopten zij den dader, den plichtige te ontdekken ? .... Ongetwijfeld .... Zij vonden natuurlijk niets. Alsdan werd een krijger uitgezonden, die weldra met den luitenant terugkwam:
- Was ist hier los ? Wat gebeurt hier ?
De soldaat gaf eenige woorden uitleg. Maar op dit oogenblik trad een Duitsch toe, die zijn post aan de poort verliet, en riep
- Der kerl hat sich selbst geschossen !
De officier deed de soldaat naderen. Deze kwam, en, de hand aan den pinhelm, vertelde hij, dat hij zeer wel gezien had wat er voorgevallen was: dat zijn wapenmakker eerst een schot in de lucht zond
en vervolgens het geweer op zich zelf richtte ... Hij had hem zien schieten; hij had het zéér goed gezien.
Daarna keerde zich de luitenant tot M. Van Muylem, en vroeg hem in de Duitsche taal:
- Waar is uw witten hond ?' Doe eens uw witten hond komen.
- Padruga !
De groote hazewind, zacht als fluweel en glinsterend van witheid, naderde met lichten en edelen tred; hij plaatste zich naast zijn meester en stak streelend den fijnen spitsen kop onder diens arm.
- Wat wilt ge van Padruga ?
Maar reeds had het beest de vleiende hand gelost; en de grond doorsnuffelend, begon het met de voorpooten te krabben. Een Duitscher, die Padruga, bereids eenige stonden te voren, had zien wroeten op de plaats waar den gekwetste gelegen had, duwde den hazewind weg en verwijdde met zijn zakmes de opening in den grond; hij stak er de hand in en bracht den kogel te voorschijn, die het been van den soldaat doorboord had. Hij gaf het projectiel aan den officier. Deze onderzocht het met argusoog en moest zich overtuigen, dat het nen kogel van een Duitsch geweer was. Hij richtte eenige woorden tot zijn manschappen en liet hen gaan. Vervolgens sprak hij tot M. Van Muylem, in de Fransche taal
- Vous avez là une bien jolie bête, bien intelligente.
Hij groette op krijgsmanier en vertrok met zijn rijwiel.
Later, wanneer het voorwendsel der franc-tireurs ter verontschuldiging ingeroepen werd voor de jammerlijke maatregelen door de pinhelmen tegen onschuldige lieden genomen, dàn eerst begreep de eigenaar aan welk groot gevaar hij en de zijnen ontsnapt was; dàn besefte hij welke erkentenis hij den schoonen hazewind, die den Duitschen kogel teruggevonden had, verschuldigd was. Onze lezers zullen wellicht vragen wat er van Padruga gewerd, wanneer M. Van Muylem, eenige dagen later,verplicht was zijn eigendom te verlaten ? Het kasteel werd daarop deerlijk gehavend door kogels en bommen, en de inwoners moesten het ontvluchten. Verscheidene weken nadien, wanneer het buitengoed door de Duitschers verlaten was, lag er alles vernield. De hond was meegevoerd. Godweet naar welk slagveld leidde hem zijn nieuwen meester" ... Of werd hij wellicht door, een menschlievende ziel ingenomen ? ... Misschien is hij dood ? ... 't Is niet geweten. Maar men denkt nog immer met weemoed aan de edele trouwe Padruga ...
Den 8 September werd pak en zak gemaakt. Major Hildebrand was reeds tusschen middernacht en 1 uur vertrokken; de andere officieren volgden tusschen 3 en 6 uur; de doctor en de veearts verlieten hun logement rond 6 uur; paarden en ruiters trokken weg om 7 1/2 uur. Gedurende heel den morgen was het in de Molenstraat en de Vaartstraat een onafgebroken optocht van Duitsche troepen; tweemaal zag men een vliegtuig, hetwelk aan de soldaten teekens gaf. In den namiddag keerde dezelfde horde in de stad weer, met 84 boeren, die van vermoeinis neervielen; men zei dat deze ongelukkigen te Lebbeke voor de troepen geplaatst waren. Een officier, bij name Baerth, van het 3e bataljon reserve-infanterie, regiment 31, die goed Fransch sprak, eischte de haver en het hooi op; hij moest ook brood en vleesch hebben voor zijn mannen en beloofde, bloem te zullen geven in verwisseling met brood. Deze troepen namen een Chineesch of Japaneesch ambassadeur, die in auto de stad doorreed, gevangen. In den valavond hoorde men meer bijzonderheden over de inname van Dendermonde: een Aalstenaar, die vandaar kwam, had in de puinen zeven verkoolde lijken gezien, en in de smeulende straten veel honden en menigen plunderaar; hij was een klein huisje binnengetrokken, hetwelk onaangeraakt bleef en waarin hij een zieltogenden mensch vond; op de deur was met krijt geschreven: Gùte Leute. De Duitsche kolonel Bervoets, die het afbranden van Dendermonde bestuurde, had zes woningen aangeduid, die moesten gespaard worden. De Duitsche chef, in de verwoeste stad begraven, zou een graaf von Fürstenberg zijn. Er werd ook verzekerd, dat Amerika aan de Duitschers bevel gegeven had, hun troepen binst de acht dagen uit België te trekken.


wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 7:39 am    Onderwerp: 9 september 1914 Reageren met citaat

Petrus Van Nuffel:
s'Anderdaags, 9 September, gewaagde men van een groot gevecht in het Walenland. De hier liggende troepen zouden tot versterking daarheen gezonden worden. Edoch, nader inlichtingen ontbraken, alle briefwisseling onderschept zijnde. Rond 10 uur 's morgens vroegen de Duitschers naar rijtuigen en lichte gespannen, om hunne gekwetsten te halen naar Lede, waar Belgische verkenners een hunner patroeljen verslagen hadden, en naar Leeuwergem, waar op 8 September gevochten was. In den namiddag kwamen een onderofficier en vijf soldaten, met eene Duitsche kar, haver opeischen. Men deed hen bemerken dat de voorraad bijna uitgeput was, dat zij haver uit Duitschland moesten doen komen, waarop zij antwoordden: ,,Binnen een maand is alles Duitsch; geeft maar wat er overblijft.„ Verscheidene soldaten waren gelast zich te verzekeren of Burgemeester Gheeraerdts geen Amerikaansen zaakgelastigde was .... Hielden zij hem voor Gerard, de Amerikaansche diplomaat, die later de reis naar Berlijn deed ? ....
De hier vertoevende pinhelmen waren niet gerust, en verwachtten er zich aan, alle oogenblikken te moeten oprukken. Ondertusschen ging de burgemeester van Gent, te Oordegem, de Duitschers; te gemoet, opdat de vijand zijn stad zou sparen. Vijandelijk volk trok op Audenaarde en Sottegem. 's Nachts vertrokken schoone trekpaarden, gereed om ingespannen te worden; groepen wielrijders doorkruisten de stad en zochten inkwartiering. Een brandreuk vervulde de lucht: op de Graanmarkt had men eene militaire bakkerij ingericht en mutsaard gedroogd en ten deele verbrand.



wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 7:40 am    Onderwerp: 10 september 1914 Reageren met citaat

Petrus Van Nuffel:
Gedurende den voormiddag van 10 September bromde het kanon in de verte. 's Namiddags stonden op het Statieplein tweehonderd Duitschers verzameld. De Duitsche vlag wapperde op het reizigersstation.

Het Aalsterse station, lijkt een beetje op een middeleeuwse burcht, werd samen met de spoorlijn Aalst-Brussel op 6-7-1856 ingehuldigd. De architect was een nederlander Jean-Pierre Cluysenaer. Sinds 1978 is het een beschermd monument.

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 7:42 am    Onderwerp: 11 september 1914 Reageren met citaat

Petrus van Nuffel:
Den 11 September waren het station en de bruggen bewaakt door Duitsche soldaten in blauwe uniformen gekleed. De troepen eischten bedden en slaapgoed; alles moest tegen 7 1/2 uur klaar zijn; zij verwachtten voorraad en munitie.
Het dagblad De Volksstem had in zijn nummer van 4 September gemeld dat Duitschland in rouw gedompeld was, dat het gebrek aan volk had, en dat er de omwenteling en de hongersnood dreigden; dit alles weergegeven naar een artikel, verschenen in het Engelsch blad The Standard. Den 11 September 1914 kwam een officier der alhier liggende Duitsche troepen naar het bureel van het dagblad vragen uit welke bron men de inlichtingen voor bedoeld artikel had geput; tezelfdertijd werden de bestuurder en een opsteller verzocht om tegen half twaalf uur, in de statie, bij den hauptman te zijn. Beiden kwamen dus in het station, op de kaai voor de treinen naar Gent. Zij waren daar getuigen van een algeheele verwoesting: tusschen dien chaos van vernieling stonden veldkeukens, kanonnen en wagens en een honderdtal pinhelmen. Een der soldaten gaf aan den overste verslag, en deze kwam bij de vertegenwoordigers van het dagblad. Al de moffen omringden hen. De hauptman zegde dat men in De Volksstem moest schrijven: "dat Duitschland overal zegevierde en dat er nog drie
miljoen vrijwilligers aankwamen om het leger te versterken." Vanwaar die kwamen, vergat hij echter te zeggen. Terwijl de bevelhebber nog aan het pochen was, zag men in de Statiestraat twee ruiters statiewaarts rennen; aller blikken waren op hen gericht; de jagers stegen van hun paarden en kweten zich van hun boodschap .... Het nieuws moest weinig gunstig zijn; men verstond iets als van dreiziq kilometer, maar meer niet. Althans, op een wenk stond alles overhoop en men gaf den brui om de dagbladschrijvers, die mochten vertrekken. Toch moest de hauptman hen nog toeroepen dat "alle tijdingen uit Fransche of Engelsche bron leugens waren"; hetgeen de heeren uit De Volksstem hartelijk lachen deed.
De Duitsche vlag werd op het station neergehaald en de soldaten rolden, om half drie uur, hun matten. Wat gebeurde er ? ... Men sprak van een groote Fransche overwinning; de Duitschers zouden Brussel verlaten, enz., en de praatjes gingen hun gang. Dat er iets broeide was nochtans stellig. In de straten ontstond een kleine paniek, tengevolge van de opvordering van karrekens en wagens. Door de Vaartstraat toog een groep muziekanten, gevolgd van in 't blauw gekleede krijgers, verscheidene kamions en mitrailjeusen; een dikke kolonel te paard bracht hen naar den Brusselschensteenweg. Belgische en Fransche soldaten zouden in 't zicht zijn ? ... Waren er, tusschen 4 en 5 uur, op den ijzerenweg, geen Belgische wielrijders gezien ? ...
Bakker De Smet, van Erondegem, vertelde in de stad, dat zijn kamion en twee paarden te Melle verbrand werden; zijn twee zonen en zijn neef waren als gijzelaars genomen en veroordeeld om gefusiljeerd te worden; de neef, een oud Hollandsch soldaat, dankte zijn verlossing aan de Hollandsche medalie, die men op hem vond, en hij verkreeg de vrijheid zijner gezellen.
Rond 5 uur kwam de overste der Zwarte Zusters voor haar kloosterlingen en voor de Theresianen paspoorten vragen. Een Duitsch soldaat, te Ninove gekwetst, en in de Pupillenschool alhier door Belgische Zusters verpleegd, sprak over de afschuwelijke tooneelen van Leuven: "De Zusters Karmelitersen, door de invallers verplicht het klooster te verlaten, waren buiten de stad gebracht; eene der Zusters had zich aan den voet bezeerd, verloor overvloedig veel bloed en viel bewusteloos ten gronde; haar gezellin bukte zich om haar op te nemen, wanneer een Duitsch helhond toesprong en de twee weerlooze vrouwen met zijn bajonet doodstak ....


Uit "Onze gepantserde treinen in 1914" (zie ook
Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



De 11de september kreeg Lt. Michel bevel van het G.H.K. zich naar Gent te begeven en zich ter beschikking te stellen van Generaal Clooten. `s Avonds is hij bij deze laatste in zijn bureel wanneer Generaal Deguise hem telefonisch opdracht geeft de bruggen over de Dender te vernietigen, dit te Aalst (1) en te Denderleeuw. Lt. Michel deed eerst een verkenning met een express-lokomotief, type 17, met de tender vooraan en gewapende met een mitrailleur. Een onderoffiicier en zes man vergezelden hem. De burger-stoker en machinist, de heren van Aerle en Marien, hadden geweigerd hun machine te verlaten en stuurden dus zelf. Tussen Schellebelle en Aalst waren de lijnen van de signalen doorgesneden. Alle stations waren verlaten. Enkel te Lede was de stationschef op zijn post gebleven. Hij meldde dat voorbijtrekkende Duitsers de sporen wat verder hadden opgeblazen maar arbeiders hadden dit al hersteld. De Duitsers hadden alle telegraaf- en telefoontoestellen in het station vernield maar de chef had een telefoontoestel kunnen verstoppen en had het daarna op een nog intakte telefoonlijn verbonden.
Tussen twee invallen van de Duitsers, kon hij zo op gevaar van leven, interessante inlichtingen bezorgen aan Generaal Clooten in Gent. In Aalst vond Lt. Michel het station verlaten en het seinhuis vernield. Tot Denderleeuw geraakte men niet omdat het spoor onderbroken was.


Uit "The Bryce Report. Report of the Committee on Alleged German Outrages" (zie ook

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



Alost was the scene of fighting between the Belgian and German armies during the whole of the latter part of the month of September. In connection with the fighting numerous cruelties appear to have been perpetrated by the German troops.
On Saturday, the 11th September, a weaver was bayoneted in the street. Another civilian was shot dead at his door on the same night. On the following day the witness was taken prisoner together with 30 others. The money of the prisoners was confiscated, and they were subsequently used as a screen for the German troops who were at that moment engaged in a conflict with the Belgian army in the town itself. The Germans burnt a number of houses at this time. Corpses of 14 civilians were seen in the streets on this occasion.
A well-educated witness, who visited the Wetteren Hospital shortly after this date saw the dead bodies of a number of civilians belonging to Alost, and other civilians wounded. One of these stated that he took refuge in the house of his sister-in-law, that the Germans dragged the people out of the house which was on fire, seized him, threw him on the ground, and hit him on the head with the butt end of a rifle, and ran him through the thigh with a bayonet. They then placed him with 17 or 18 others in front of the German troops, threatening them with revolvers. They said that they were going to make the people of Alost pay for the losses sustained by the Germans. At this hospital was an old woman of 80 completely transfixed by a bayonet.


Twee Aalsterse soldaten sneuvelden

Emmanuel Droesbeeck († Wilsele, Leuven 11-09-1914)

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



Julius Persoons († Haacht 11-09-1914)

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



(1) Spoorwegbrug over de Dender te Aalst (gebouwd in 1910)

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 7:44 am    Onderwerp: The Bryce Report Reageren met citaat

Citaat:
Uit "The Bryce Report. Report of the Committee on Alleged German Outrages" (zie ook
Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



Alost was the scene of fighting between the Belgian and German armies during the whole of the latter part of the month of September. In connection with the fighting numerous cruelties appear to have been perpetrated by the German troops.
On Saturday, the 11th September, a weaver was bayoneted in the street. Another civilian was shot dead at his door on the same night. On the following day the witness was taken prisoner together with 30 others. The money of the prisoners was confiscated, and they were subsequently used as a screen for the German troops who were at that moment engaged in a conflict with the Belgian army in the town itself. The Germans burnt a number of houses at this time. Corpses of 14 civilians were seen in the streets on this occasion.
A well-educated witness, who visited the Wetteren Hospital shortly after this date saw the dead bodies of a number of civilians belonging to Alost, and other civilians wounded. One of these stated that he took refuge in the house of his sister-in-law, that the Germans dragged the people out of the house which was on fire, seized him, threw him on the ground, and hit him on the head with the butt end of a rifle, and ran him through the thigh with a bayonet. They then placed him with 17 or 18 others in front of the German troops, threatening them with revolvers. They said that they were going to make the people of Alost pay for the losses sustained by the Germans. At this hospital was an old woman of 80 completely transfixed by a bayonet.


Raar, dat zowel Petrus Van Nuffel als A.Van der Heyden hier over niets weten te vertellen. Ik denk eerder dat deze feiten tijdens de beschieting van Aalst op 26 en 27 september zijn gebeurd.

wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 7:46 am    Onderwerp: 12 september 1914 Reageren met citaat

A. Van der Heyden:
Het leven gaat sedert het incident van 29 augustus normaal door te Aalst. Reeds van in 't begin veel volk op de groenmarkt (die begon in die tijd reeds van vòòr 6 uur !). De mensen doen rustig hun aankopen, alhoewel het door iedereen geweten is dat er zich kleine groepen Duitsers bevinden in Herdersem, Moorsel, Erembodegem, Welle en Denderleeuw. Belgische soldaten ziet men te Aalst, Hofstade, Lede ! De Belgische groepen bestaan meestal uit grenadiers, lanciers, karabiniers en kleine afdelingen kanoniers met hun geschut. Velen onder hen doen zich te goed in de dorpsherbergen aan het uitstekende bier der plaatselijke brouwerijen of rammelen met lange stokken in de boomgaarden waar er overvloed van appelen en peren te rijpen hangt. De Duitsers doen van hun kant hetzelfde, maar de tegenstrevers schijnen niet erg op vechten uit te zijn en zoeken niet erg om met elkaar in botsing te komen. Voorwaar, een erg vreemde situatie, maar dit kon niet blijven duren. Tegen de middag loopt de marktdag ten einde. De marktkramers hebben goede zaken gedaan en beginnen hun overgeschoten waren in te pakken, terwijl de kopers, zwaar beladen rustig naar huis toe keren. Er zijn veel lieden van den buiten die de weg naar hun gemeente inslaan. Toen gebeurde het ! Plots komen drie Duitse motorijders langs de Geraardsbergsestraat de stad ingereden, recht naar het centrum. Geweldige paniek bij de bevolking. Belgische soldaten grijpen direct naar hun wapens. De rust is volledig verstoord. De botsing is nu onvermijdelijk. De eerste heeft reeds plaats aan de"Meiboom" waar een aantal Belgische wielrijders hen opwachten. De fietsen worden tegen de gevels geworpen en de soldaten stellen zich verdekt op aan de hoeken der straten en in de deuropeningen. De burgers vluchten in hun kelders, achterplaatsen of in hun tuin. Bij het kort vuurgevecht dat volgde, werd een Duitse motorijder gedood, één gevangen, terwijl de derde vlug rechtsomkeer maakte en er in gelukte te ontsnappen. Daarmede was het afgelopen ... . In de namiddag signaleert men een kort gevecht aan de “Víjfhuizen" waarbij de Duitsers moesten terugtrekken, een 30 tal burgers als gijzelaars meenemende. Een eindje verder laten ze die weer vrij en vluchten weg, al hun oorlogsmateriaal achterlatend.
Volgens de heer Remi Vinck, een gemobiliseerde inwoner van Mijlbeke, zat hij met enkele andere soldaten uit het Aalsterse, verscholen in de "Velodroom" aan de Gentse steenweg. Daarbij waren o.a. de Aalsternaars De Neef H. Van Mulders H., Spins, Buys, Stillebaut, Van Bockstael, Rogghe en meer anderen. Die namen vliegensvlug de achtergelaten Duitse voertuigen (waaronder een Duitse rollende veldkeuken !) in hun bezit en trokken er triomfantelijk mee naar Aalst. Kort daarop trokken ze met hun buit de weg op naar Dendermonde dat nog steeds in het bezit was van het Belgische leger. Ondertussen was het begonnen hard te regenen en onze piotten vonden er niets beter op dan zich in de Duitse gevonden mantels te wikkelen om zich tegen de plassende regen te beschutten. In Appels aangekomen werden ze er opgemerkt door enkele soldaten van het garnizoen van Dendermonde, die daar in hinderlaag lagen. Deze aarzelden niet, en menende met Duitsers te doen te hebben, begonnen ze onze brave Aalstenaars duchtig te beschieten. Gelukkig konden deze laatsten hun tegenstrevers vlug overtuigen door hun wild geroep, dat ze geen Duitsers waren maar wel degelijk Belgische soldaten waren, maar enkel hun Duitse mantels droegen. Het gevaarlijk incident was daarmee opgelost en het konvooi kon Dendermonde binnen trekken waar ze konden bestatigen dat de stad voor 'n groot gedeelte was platgebrand door een eerste inval van de Duitsers. Daar konden onze overwinnaars van Aalst toch de Scheldebrug oversteken en kwamen daar bij het 12e linieregiment uit Luik terecht waar ze door dezes bevelvoerder hartelijk werden gefeliciteerd om hun heldendaad.
Wat gebeurde er intussen te Aalst ?
Terwijl Remi Vinck met zijn mannen op weg waren naar Dendermonde, was een vermetele Duitse motorijder weer op de markt verschenen. Slecht bekwam het hem, aan de hoek van het huis Taeymans (begin der Lange Zoutstraat) werd hij neergeschoten. Uit de papieren op zijn lijk gevonden, bleek het dat hij afkomstig was uit Hannover.
Daarna kwam de rust weer.
Vermelden we nog dat enkele dagen nadien, de Belgische Genie, nogmaals de spoorwegbrug over de Dender (ditmaal voorgoed) opblies en de drie denderbruggen volledig versperd werden. De Duitsers schieten soms vanop de Boeckhoutberg over de stad heen, en de Belgen beantwoorden dit vuur vanop de Hoezekouter waar 'n aantal van hun kanonnen staan opgesteld.


Petrus Van Nuffel:
Daags nadien, 12 September, een Zaterdag, heerschte buitengewone drukte op de wekelijksche markt. De stad was van Duitschers gezuiverd. Wel vermoedde men dat er zich bevonden te Erembodegem, Welle, Esschene en Denderleeuw, doch men wist niets zekers. Omstreeks 7 uur en drie kwaart zwaaide een Duitsch vliegtoestel over de Markt, en trok, na een kring te hebben beschreven, Moorselwaarts. Een Aalstenaar, die zich dagelijks te voet naar Gent begaf, vertelde dat hij te Melle en te Wetteren tegengehouden was door een afdeeling onzer troepen; dat hij niet dóór mochten verplicht werd naar Aalst terug te keeren. De Belgen, zegde hij, rukken met drie mitrailjeusen dapper naar hiertoe.
Ai ! nu ging het stuiven ! …
Ja, er rodeerden pinhelmen te Erembodegem.En deze zakten den Brusselschensteenweg af, sloegen de Albrechtlaan in, en namen, aan de kerk van Mijlbeek, den politieagent Podevyn gevangen. Seraphien stribbelde tegen, voorgevende dat hij nen “man van eed”, was en dat zijn dienst hem elders riep; maar al boter aan de galg; ze trokken met hem naar de wijk van de voormalige abdij Ten Roosen, waar er, op 't goed van Evarist Keymeulen, halte gemaakt en posten uitgezet werden. Het was dan gewillig 7 uur 's morgens. Podevyn had daar hoegenaamd niets anders te doen dan kiekens te pluimen, te eten, te drinken en te rooken, terwijl de krijgslieden hun wapens poetsten of den tijd doorbrachten met reisgidsen en landkaarten te raadplegen. Zoo geraakte het half vier van den namiddag, wanneer plotseling uit het struikgewas een geweerschot viel, gevolgd door twee andere knallen. In den Rozendreef verschenen Belgische piotten en gendarmen. Als een bliksem stoven de Duitschers op, scharrelden hun getuig bijeen en beenden ervandoor, in de richting van Moorsel. De politieman, met de lans van eenen Uhlaan in de hand, volgde braaf hun voorbeeld.
Het uurwerk van 't Belfort wees half tien uur, toen drie Duitsche motocyclisten vóór het standbeeld van Dirk Martens stopten. Na eenige oogenblikken beraadslagen, reden ze de Lange Zoutstraat in en verder den Geeraardsbergschensteenweg op. Een pakjesdrager beweerde dat er onder dit drietal een “hooge overheid” zijn moest, aangezien deze een degen met gevest van goud droeg ... Deze cyclisten zouden, na den noen, in onze stad weerkomen, en die stoutmoedigheid was hen noodlottig.
Een aantal piotten-wielrijders, met korporaal Brifaut, volksvertegenwoordiger, aan het hoofd, kwamen zich vergewissen waar de cyclisten heen waren, en deden te dien einde een verkenning op de Zoutstraatpoort. Zij ontmoetten er inderdaad eenen der drie pinhelmen, die dadelijk de armen in de hoogte stak en zich overgaf.
Drie onzer Jassen brachten hem zegevierend door de Korte Zoutstraat, toen een snakkere knaap aangeloopen kwam, roepende:
- De anderen met hunnen “motorcycle” komen achter hunnen kameraad gereden !
Spoedig haalden de geburen uit de poort van de afspanning De Meiboom eenige karren van den bakker De Vos, dewelke zij 't onderst-te-boven, als barricade, te midden der straat wierpen. Zóó handelend, belemmerde men den doortocht en gaf men de Belgen den tijd, hunnen gevangene veilig binnen te brengen. Wanneer M. Brifaut terugkwam, keurde hij dien maatregel goed, en ging hij verder op den steenweg nog een kijkje nemen. Niets verdachts meer bespeurend, kwam hij naar de Markt en de barricade werd weggenomen. Edoch, pas was zulks geschied, of een tweede Duitsche motocyclist sjoefde als 'n weerlicht de Korte- en Lange Zoutstraten door. In het gat der Groote Markt was hij het mikpunt van 't geschut der Belgen; hij trok den revolver en verdedigde zich dapper. Aan het eerste venster van het huis Octaaf Taeymans zeeg hij neer, neven den bijgang; elk dacht dat hij bezig was met zijn browning te herladen; nieuwe kogelregen; spiegelruiten vielen rinkelend in de straat; talrijke uithangborden werden doorboord .... En de motocyclist ?... Hij poogde recht te komen, maar viel eindelijk, doodelijk getroffen, om niet meer op te staan. De heeren Modest Cercelet, Adhemar De Valkeneer, Emiel Bogaerts en ander stadgenooten, die het schouwspel hadden bijgewoond, snelden toe en bestatigden dat den Duitscher gewond was onder het linkeroog en onder de borst.Terwijl de gebuurvrouwen het bloed van de straatsteenen wegkuischten, droeg men den gekwetste naar de Pupillenschool. Toen men hem, ter Groote Markt, op de draagberrie legde, stiet hij een heesch gekreun uit: de soldaat was bij den Oppersten Rechter gaan rekening geven voor het kwaad, hetwelk hij hier het arm onschuldig Belgisch volk kwam
berokkenen. Thans wacht hij, op ons kerkhof, den dag der, verrijzenis af, onder een kruis met opschrift: Motorad-fahrer, Harras, Hanover. Op zijn lijk werden papieren gevonden, die stellig bewezen dat deze soldaat, een weinig vroeger in den dag, deelgenomen had aan de brandstichting en de moorderijen op den Gentsehensteenweg: die papieren behoorden aan den heer deurwaarder Van Muylem.
Wij hebben heden morgen een stadgenoot hooren vertellen, dat de Belgische troepen, met geschut, hierwaarts togen. Welnu, nauwelijks hadden deze het grondgebied van Erpe betreden, of daar botsten zij op een talrijke schaar Duitschers, die van de Audenaardschebaan kwamen; deze afdeeling telde 60 ruiters, veel voetvolk, wagens en mitrailjeusen. Pas verscheen de vijand op den steenweg, of het Belgisch vuur braakte zijn doodend en vernielend schroot. Aan de Vijf Huizen beten veel pinhelmen in het zand, doch anderen zakten lager af, en, na een halve uur van wanhopigen strijd, sloegen zij op de vlucht, een deel van hunnen voorraad, zeven wagens, elf paarden, een veldkeuken, ransels en rijwielen in de pan latende. Aan het Roklijf, grondgebied van Aalst, had de vreemde indringer echter een nieuwen allergeweldigsten schok te doorstaan. Daar zag hij zich gansch ingesloten door de aanwezigheid van eene andere Belgische patroelje, die er verborgen lag: overal stootte hij op onze mannen, die als uit den grond kwamen. Maar hij was sterk, machtig in aantal; en een hevig gevecht ontspon zich. De Belgen, meestal vrijwilligers, lieten zich door het groot getal hunner tegenstrevers niet afschrikken, en vuurden er maar duchtig op los. Hun zware verliezen niet kunnende verkroppen, haalden de Duitschers de burgers uit hun woningen en plaatsten de menschen vóór hunne strijdlinie; zij brandden de huizen langsheen den steenweg af en namen, bij hunnen aftocht, verscheidene burgers gevankelijk mede naar Erembodegem.
Tusschen 12 en 1 uur 's middags, verklaart de heer Van Muylem, kwamen in mijn buitengoed, gelegen langsheen den steenweg van Brussel op Gent, twee gewapende Duitschers, die me bevolen op straat te gaan. Niet wetende wat er gaande was, vroeg ik: Waarom ? Tegenspreken baatte niet: Zur strasze hinaus ! dreunde het barsch en gebiedend. Ik ging. Buiten zag ik een dertigtal burgers, die, met gebogen hoofd, langzaam voortstapten in de richting der stad. Tweehonderd en vijftig pinhelmen stonden achter de boomen, kropen in de grachten of lagen ten gronde in de aanpalende akkers. In den groep burgers staande, vernam ik dat deze Duitschers, te Erpe, aan de Vijf Huizen, verrast waren geweest door de Belgen; dat deze er op gevuurd hadden en zich daarna langs de Kouterbaan verwijderden: een Duitsch krijger viel, twee anderen werden gekwetst, de overigen drongen in de huizen, brachten de burgers gebonden op de straat en staken de woningen in brand van den notaris Jozef Meert, van den herbergier Croeckaert, van den landman Charles-Louis Dherde, van den kleermaker Domien Janssens en van den landbouwer Joannes De Neef. De schurken hadden Remi Van Droogenbroeck, brouwer te Erpe, die trachtte te ontsnappen, en den werkman Ch.-L. D’herde, die in zijn kelder gevlucht was, ter plaats dood geschoten. Zij begroeven hun gesneuvelden makker; laadden op nen wagen, bespannen met twee paarden, hun gekwetsten, en deden vervolgens de burgers te midden van den steenweg opmarcheeren, terwijl zij zelf in de grachten en van boom tot boom volgden.
Stapvoets geraakten we tot aan de huizen der gebroeders Neetens. Opeens hoorden we de kogels der mitrailjeusen boven onze hoofden snorren. De soldaten strekten zich ten gronde neer; zulks deden we dan ook, doch de Duitschers riepen ons toe, met hun geweren dreigende: Hinauf ! Hinauf ! Die Hände hinauf ! We gehoorzaamden, maar zwaaiden met de zakdoeken, hopend dat de Belgen, aan het Roklijf, ons zouden gezien hebben. Weer kreet de vijand van uit den gracht; Keine Taschentücker ! Hände hinauf !
De mitrailjeusen werkten: pannen en vensterruiten der woningen Neetens werden verbrijzeld; een man, die naast mij stond, bekwam een kogel in de bil.
Als een kudde vee werden we in 't huis Neetens gedreven. Een Duitscher beval mij, mijn kleederen af te leggen; hij ontdeed zich van zijn krijgsuitrusting en trok mijn pak aan, ter uitzondering van de broek, die hij niet wilde, omdat ze bebloed was. Uurwerk en geld kreeg ik weer, doch de soldaat hield eenige papieren. Hij trad dan buiten en ging langs achter het kasteel Ter Linden, wellicht om te zien hoeveel Belgische soldaten er waren. Hij kwam niet meer weer ... Wij werden terug op den Gentschensteenweg gestuurd, en bleven daar van 1 uur tot kwaart na 4 uur, tusschen onophoudend mitraillevuur. Een Duitsch officier viel en werd onder onze oogen begraven; ook een paard werd gedood. Eindelijk verstomde het geschut en de pinhelmen besloten de plaats te verlaten. Zij trokken met ons westwaarts op.
Tusschen Aalst-Sint Job en Nieuwerkerken hield de compagnie in eenen meersch stil. Men rangschikte de burgers tegen de boomen, en ik moest verschijnen vóór eenen groep, samengesteld uit den hauptman, twee luitenanten en vier soldaten. Een officier zei me, in de Fransche taal, dat ik ging ondervraagd worden en dat ik mijn woord van eer geven moest, de waarheid te zullen zeggen.
- Mijnheeren, op m'n woord van eer zal ik u antwoorden, indien ge mij niets vraagt tegen de belangen van mijn land.
- Dat doet geen Duitsch soldaat, weersprak de hauptman.
Mijn geburen aanwijzend, begon de luitenant:
- Hebben die lieden op ons geschoten ?
- Heel zeker neen.
- Hoe weet g'het? Ge waart immers niet aanwezig wanneer de aanval begon. Ik moet u opmerkzaam maken, dat, indien gij liegt, u onmiddellijk de doodstraf zal toegepast worden.
- Ik kan u in der waarheid bevestigen, mijnheeren, dat die menschen op u niet geschoten hebben; ik weet zulks zekers, omdat ze geen wapens bezitten.
- Ja. Die steken in den grond.
- Verschooning. Wij ontvingen van den heer Burgemeester onzer stad bevel, alle wapens in te leveren, en dit is sedert verscheidene weken reeds geschied.
- Hebt ge daar een bewijs van ?
- Ja; maar niet hier.
- Kent ge de personen, die daar staan ?
- Allen.
- Met naam en beroep ?
- Ja.
- Wie is deze aan den tweeden boom ?
- Philemon De Boeck, landbouwer te Aalst-Schaarbeek,op't gescheidvan Erpe.
- Wie staat aan den vijfden boom ?
- Domien Janssens, kleermaker te Erpe.
- En naast hem ?
- August Van Holen, schrijnwerker te Aalst-Schaarbeek.
- Bevestigt gij, dat het rustige lieden, ruhige Leute, zijn?
- Volkomen, mijnheeren: rustige en eerlijke menschen.
Dan kwam de hauptman aan 't woord:
- De personen, die de machiengeweren voerden, waren burgerwachten ...
- Neen, het waren Belgische soldaten.
- Hoe weet ge dat ? Van zoo ver kondet ge zulks, zonder kijkbuis, niet onderscheiden.
- Neen; maar ik heb ze verscheidene dagen na-een vóór mijn deur zien rijden en van dichtbij bemerkt; de automobiels zijn grijs-blauw, en daar staat op, het woord Minerva.
- C'est exact, besloot een luitenant.
Na een korte poos :
- Langs waar komt men in Assche ?
- Over Aalst en Erembodegem.
Ik wees de richting der stad.
- Neen ! ge toont ons den oostkant: Assche ligt, in 't Westen. Pas op ! Ik had u verwittigd.
- Mijnheeren, ik toon u de richting van den steenweg.
Ze keken op eene kaart, spraken nog eenige oogenblikken onder elkander. Dan gingen zij uiteen en vooruit. De hauptman deed me naast hem stappen en sprak;
- Wij nemen u mede. We moeten ons regiment vervoegen. Aber, du kommst wiedter.
- Ook mijn geburen, mijnheer ? Zij hebben toch niets misdaan, ge weet het; en het schijnt rne dat ge geen boos mensch zijt ...
Hij zweeg. Na eene wijl:
- Gij zult met uw geburen terugkeeren.
Nieuw stilzwijgen …
We waren gekomen op den steenweg van Erembodegem naar Assche. Daar hielden de Duitschers een voorbijrollend rijtuig stil; ik moest instappen; een luitenant en twee soldaten kwamen er bij; en we reden naar Aalst, tot aan den viaduk van de Zeebergbrug, - om te zien, zei de officier, of die brug door Duitschers bewaakt was.
Het regende aanhoudend. De lucht was somber en loodgrijs, zoo ver het oog reikte.
Daar kwam een man over den weg, het hoofd diep gebukt, een gevulden zak op den rug.
- Ondervraag dien persoon, beval mij de luitenant.
- Wat moet ik hem vragen ?
- Of er nog Duitsch kr,ijgsvolk in Aalst is.
- Mijn vriend, begon ik, met sterk Aalsterschen tongval, zijn er nog Duitsche soldaten in ’t stad ?
- Neen, antwoordde de arme stumperd met ne vloek, en op zijn sjik kauwend:
- z'Hebben dezen achternoen nen sehup onder hun … gekregen, en w'hebben hunnen drapeau op de statie afgetrokken. De vetlappen zijn weg ...
- Let toch op uw woorden. Zie eens wie hier bij mij zit.
De man keek eens op zij, en vervolgde grommelend zijn weg.
'k Was weinig op mijn gemak.
- Ik heb alles verstaan, zei de Iuitenant, ... doch dat kunt gij niet, verhelpen.
Stijg af.
Ik stapte uit het gerij. De officier deed mij onder de brug vooruit gaan en volgde. Hier was niemand.
- 't Is wel. Gij hebt voldaan. Vous pouvez quitter.
- Mijnheer, wat gaat u met mijn geburen doen ?
- Ah ! antwoordde hij, in het nauw gebracht: dat moet de hauptman uitmaken.
- Dan keer ik met u terug. De hauptman had me beloofd, dat ze met mij mochten huiswaarts gaan.
Weder in het rijtuig gestapt en naar Erembodegem gevoerd. Daar herinnerde ik den kapitein zijn belofte. Na een korte woordenwisseling met de luitenanten, mocht ik de vrienden halen. Ze stonden buiten in den regen, kletsnat. En na dat hun bewakers de schriftelijke toelating des hauptsmans gelezen hadden, lieten zij hen los. In den nacht keerden we, stilzwijgend, uitgeput van vermoeinis en aandoening, naar onze haardsteden weer. We waren dan te samen: Gustaaf Corthals, handelaar; Joannes Van den Abeele, werkman; August Parewyck, brouwer; Frans Corthals, student; Domien Jansegers, kleermaker; Victor De Coninck; Desiré De Kerpel, van Erpe; Cyriel Crockaert, metser, van Hofstade; Charles Van den Steen, koopman, van Meire; Philemon De Boeek, landbouwer; Venance De Boeck, landbouwer; Gustaaf De Boeck, landbouwer; Omer De Boeck, landbouwer; Oscar Van der Biest, werkman; Petrus De Ras,
werkman; Gustaaf Janssens, werkman; August Van Holen, timmerman; Frans Haudant, werkman; Beeckman; Frans Van den Brempt; Ruyssinck, tapissier; en Alfons Huylebroeck, wagenmaker, van Aalst; en twee Brusselaars, van dewelke ik de namen niet ken.
Het mij behandigd vrijgeleide was geteekend: H. Hauptman, 11, 2 G. Fr-Rt. P. K. Erembodegem, 12-9-14.
Bereids twee dagen later was mijn woning bezet door drie honderd soldaten, tachtig paarden en verscheidene kanonnen. Een week nadien werd zij beschoten en letterlijk leeggeplunderd. Vervolgens diende zij voor gerechtshof, telegraafpost, slachthuis, enz., enz.
Maar we zijn niet uitverteld van den 12 September. Om kwaart vóór 2 uur 's namiddags werden op de Groote Markt twee voertuigen van den Gentschensteenweg gebracht. Die wagens, opgepropt met Duitsche krijgsbenoodigheden, ransels, rijwielen, dekens, helmen, stalen platen en wat weet ik nog, waren getrokken door de moedige Aalstenaars Frans Bockstael, Stillebaut en anderen, die ermede in triomf naar Dendermonde reden. De zeven nagelaten wagens en elf paarden, genomen aan het Roklijf, volgden, gemend door onze stadgenooten Karel De Neef, HendrikVan Mulders, AlfonsVinck, Spins en Buys, die insgelijks den weg naar de Dender- en Scheldestad insloegen. Daar werd de buit geplaatst in de Vischmarkt en op het plein vóór het Justiciepaleis; en de Aalstenaars begaven zich naar de Veerbrug, waar de bevelhebber van het 12e Linieregiment hen allen een welverdiende hulde bracht, en bevel gaf, 's anderdaags paarden en wagens aan de Veerbrug te brengen, alwaar de genie werkzaam was.
Een weinig later deed de Belgische genie, te Aalst, de nieuwe ijzeren spoorwegbrug, over den Dender, in de lucht vliegen. Door den verschrikkelijken slag werden bijna al de woningen en fabrieken in den omtrek zwaar gehavend. 't Stedelijk bestuur stelde voor, aan het Gouvernement een telegram te sturen, om te bekomen dat men in 't vervolg geen dynamiet meer zou gebruiken en, indien 't noodzakelijk was, bruggen te vernielen of te doen instorten, dit te doen bij middel van acide, ten einde verder beschadiging te vermijden.
's Namiddags hoorde men, dat de strijd verder op de Nieuwstraatpoort nog immer hevig voortwoedde.
's Nachts logeerden Belgische soldaten in de wijk Schaarbeek.
Het regende als een tweede Zondvloed.
Denzelfden dag verlieten de Duitschers de stad Ninove, na zooveel kwaad mogelijk te hebben aangericht. In het telegraafbureel vernielden zij al de toestellen en roofden de brandkassen. In de Gendarmerie, een nieuw prachtig gebouw, mishandelden de Pruisen de vrouwen en kinderen der gendarmen, -echtgenooten en vaders, die op dit oogenblik ver van huis waren. Zwakke vrouwen en arme bloedjes werden uit hun woning verdreven. De soldaten stampten de deuren in en wierpen de stukken op straat, verbrijzelden de meubels en sloegen de vensters in gruis. In alle kamers maakten zij hun gevoeg. In de fabrieken werden, bij middel van hefboomen en ander zwaar getuig, de machienen stuk geslagen. Op het stadhuis, waar de binnengebrachte wapens bewaard werden, stolen de officieren 750 revolvers, en lieten alleen eenige beroeste karabijnen liggen. Dit deden ze immers ook te Aalst: hier roofden ze jachtgeweren, die 800 frank ieder hadden gekost.


Uit „Onze gepantserde treinen in 1914“

De 12de september werd Lt. Michel vervoegd door een tweede pantsertrein die onder het bevel stond van Lt. Delaval. Vanuit Gent begaven beide treinen zich richting Aalst. Twee auto-mitrailleusen reden hen vooraf. Eén van signaleerde een Cie Duitsers die zich van Erpe in de richting van de weg Aalst-Gent begaven terwijl de andere signaleerde dat er zich nog Belgische troepen in Aalst bevonden. Lt. Michel gaf hen bevel de Duitsers aan te vallen; ze konden hen verstrooien en zware verliezen toebrengen. Te Aalst meldde een Belgische officier dat ze net bevel hadden gekregen zich terug te trekken op Dendermonde. Lt. Michel deed 6 ladingen van 60 kg toniet aanbrengen op de 6 brugpijlers van de grote brug met 3 rijvakken en verbond ze met een ontstekingskoord. Slechts 2 ladingen ontploften en de vernieling was dus onvolledig. Terug in Gent bracht Lt. Michel verslag uit, telefonisch, aan Generaal Deguise. Er werd hem geantwoord dat de bruggen te Aalst en Denderleeuw kost wat kost moesten worden vernield.

Jozef Van den Broeck († Holsbeek, Leuven 12-09-1914)

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 7:48 am    Onderwerp: 13 september 1914 Reageren met citaat

Petrus Van Nuffel:
's Zondags, 13 September, verzekerde een man van Erembodegem, dat Duitsche soldaten rustige menschen, die van hun werk kwamen, op hunne karren geworpen en naar Brussel meegevoerd hadden; zij zelf verkleedden zich daarna als boeren.
- Gansch den dag bracht de burgemeester op het Landhuis door, voor het regelen van talrijke paspoorten; wanneer hij s'avonds terugkwam, zegde M. Gheeraerdts, dat men de ijzeren spoorwegbrug opnieuw, met dynamiet, ging doen springen; hij vreesde dat, ditmaal, al de nabijstaande huizen zouden instorten. Ten 9 uur kwam M. Eugeen De Wolf meedeelen, dat het opblazen der brug verschoven was tot s'anderdaags 's morgens, omdat zulks overbodig zou zijn, indien het waar was dat de Duitschers de statie van Denderleeuw vernield hadden. Welke ontlasting ! Maar een uur later zeiden geloofwaardige personen dat, ter hoogte van Bouchoutberg, het Duitsch geschut op Aalst gericht stond, onder voorwendsel dat de Duitschers in onze statie misleid waren. De monikken der abdij van Affligem baden vurig voor het lot onzer stad en drongen bij de officiers, in hun sticht gelogeerd, vurig aan deze ramp van
ons af te keeren en eerst een onderzoek te doen. Eenieder nam reeds zijn voorzorgen om te vluchten.


Jan Baptiste De Neef († Eppegem 13-09-1914)

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 7:49 am    Onderwerp: 13 september 1914 Reageren met citaat

Uit "Onze gepantserde treinen in 1914"

De 13de september verkenden twee onderofficieren en twee soldaten per fiets het terrein rond de Dender. Denderleeuw en Aalst waren niet voortdurend bezet maar groepen cyclisten doorkruisten de streek.
Lt. Michel besloot daarop `s nachts te handelen. Hij gaf Lt. Delaval bevel zich naar Denderleeuw (onbereikbaar per trein) te begeven met een auto-mitrailleuse en drie auto's die de explosieven vervoerden. Lt. Michel zelf vertrok naar Aalst met een express-lokomotief, tender vooraan en een wagon met 600 kg toniet achteraan.


wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 7:50 am    Onderwerp: 14 september 1914 Reageren met citaat

Petrus Van Nuffel:
Den Maandag 14 September was 't eerste nieuws, dat er Duitschers in het omliggende gezien waren, en dat bijgevolg, door Koninklijk gebod, de brug geheel moest vernietigd worden. Van af 3 uur 's morgens waren de heer burgemeester en de heer schepen Desiré De Wolf, vergezeld van policieagenten, te been om de oeverbewoners van den Dender te verwittigen, zoodra mogelijk hunne huizen te verlaten en zich, zoo ver het kon, te verwijderen. Tusschen drie en vier uur dreunde een ontzettende slag, - een ijselijke knal ! ... Den 12 September was de ontploffing slechts half gelukt, doch thans had men voor goed gespeeld.
En 't was voor goed geweest !
Ziet eens in den omtrek. De prachtige brug ligt vernield, doorgebroken, vervrongen. Al de nabij staande huizen zijn erg beschadigd; daken, gewelven, zware balken, deuren stortten naar beneden; ramen, luiken, tot splinters geslagen en ver weggerukt; de huisraad lag in gruizelment. Tot op de Groote Markt had de luchtverplaatsing ruiten en groote spiegelvitriens verbrijzeld; maar de Vaart, de Sinte Annastraat, de Molendries, Varkensmarkt, Moutstraat, de Houtkaai, de Borluutstraat, hadden het meest geleden. En 't was dáár, bij die werklieden en kleine burgers, dat het tooneel der verwoesting aangrijpenden indruk verwekte; 't was dáár, dat de oorlogsgeesel, nu en later nog, gedoemd werd. Eenige stappen van de brug, aan het huis Commerman, hoek der Moutstraat, hong een kapelleken van den H. Rochus, hetwelk, o wonder ! gansch ongeschonden bleef.
Het duurde niet lang, of eenige Duitsche wielrijders, die de ontploffing gehoord hadden, kwamen van heinde en ver, langsheen den Dender, naar Aalst. Zij ook bleven bij de puinhoopen, bij die vreeselijke uitwerking, verstomd staan kijken; en na hun oogen den kost te hebben gegeven, vertrokken zij in de richting van Brussel.
Denzelfden dag werd ook de spoorwegbrug van Denderleeuw opgeblazen. Dientengevolge was alle verkeer voor den vijand afgesneden, zoowel op het spoor Aalst-Denderleeuw, als op de lijnen Aalst-Antwerpen (Zuid), Dendermonde-Brussel, enz.
Ten half 6 uur s'avonds was de bevolking zinnens de stad te verlaten: het gerucht liep dat de Duitschers te Moorsel en op Bouchout waren, dat er ook naar Erpe rukten en dat het Belgisch bataljon van Wetteren wegtrok. Waarheen vluchten ? ... Het huis van den burgemeester werd bestormd door menschen, die kwamen raad vragen; al zijn paarden en kamions waren ingespannen ten dienste der gebrekkigen en zijn ongeduldige geburen. Maar de eerste Magistraat was op het Stadhuis weerhouden, en deed, om 9 uur, zeggen dat hij zelf zijn stad niet verlaten zal, dat men moet trachten de verschrikte lieden te bedaren, dat de vlucht dien dag onmogelijk en volstrekt niet vereischt is.
- De Duitschers, zoo verkondigt M. Gheeraerdts, naderen rustig onze stad.
't Is zoo. Drie onderhandelaars komen den heer schepen De Wolf spreken; eene patroelje, gelast met den omtrek te verkennen, volgt hen; zij verklaren de stad geen kwaad te willen, indien ze geen tegenstand ontmoeten. Wanneer de burgemeester thuis komt, is hij er in geslaagd, de gemoederen te bedaren.
Rond 3 uur is daar een Belgisch soldaat, die, namens zijne vijf honderd wapenmakkers, de stedelijke overheid verwittigt, dat zij op zoek zijn achter Duitsche patroeljen, waarvan zij den omtrek moeten zuiveren !
Alles geraakt weer in zijn schik. Aan de vaart worden planken en “geteerd” papier voor deuropeningen en vensters geslagen; men ondersteunt de bouwvallige muren; elk weert zich. Goed nieuws maakt de ronde: de vijand in Frankrijk verslagen; zijn voorraad- en munitiewagens weerhouden te Verviers en te Denderleeuw; de verbonden landen, die ernstige hulp sturen; enz.


Hoe de Duitsers deze dagen zagen, kun je lezen op
Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 7:52 am    Onderwerp: 15 september1914 Reageren met citaat

Petrus Van Nuffel:
Talrijk zijn den 15 September de wandelaars, die aan de Vaart de vernieling willen aanschouwen; twee huizen storten in; men telt de woningen zonder dak. Om 4 uur wordt een vliegtuig aangekondigd; Belgische soldaten drentelen door onze straten. De nacht verloopt rustig.

wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 7:53 am    Onderwerp: 16 september 1914 Reageren met citaat

Petrus Van Nuffel:
Den 16 September werd een gevecht te Burst aangekondigd: de Belgische soldaten kwamen te Bambrugge, andere in onze stad; de lansiers bewaakten de Groote Markt. Volksvertegenwoordiger Brifaut vloog per rijwiel rond om te onderzoeken of er nergens geen moffen zaten. Negen Uhlanen reden langs den oever des Denders; zij bekeken de stukken der brug en keerden daarna terug naar Dendermonde.
Er werd voor hongersnood gevreesd. De bloem ontbrak, en Gent weigerde er te leveren.
Vijandelijke troepen hadden in't omliggende van Dendermonde een nieuw gevecht uitgelokt; al de inwoners van Lebbeke werden verjaagd en de Duitschers trokken weg in de richting van Assche. Assche-ter-Heyden zat stampvol grijze kazakken.


wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 7:55 am    Onderwerp: Reageren met citaat

Alostum schreef:

Jan Baptiste De Neef († Eppegem 13-09-1914)

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!






Jan Baptiste De Neef (° Aalst 14-09-1884, † Eppegem 13-09-1914)
Notitie bij overlijden van Jan: Soldaat militieklasse 1907
2de Regiment Jagers te Voet, 1ste Bataljon, 1ste Compagnie
Stamnummer 50114
Beroep : Behanger
Vader : Philemon
Moeder : Maria De Block
Gehuwd met Maria Josephina Bisschop. Zijn weduwe woonde op 25 juni 1923 in de ´rue St Vincent´ nr 23 te Aalst.
Zijn overlijden werd utgesproken bij vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Dendermonde op 30 november 1922 en ingeschreven in de registers van de stad Aalst.
Gesneuveld op 12 september 1914. Oorspronkelijk staat op de fiche ´11, 12 of 13 september´, maar ´11´ en ´13´ zijn doorgehaald. Meer bepaald is hij gesneuveld aan het Kattemeuterbos te Zemst. Oorspronkelijk werd hij begraven waar hij sneuvelde, maar door toedoen van juffrouw Orianne werd hij opgegraven en herbegraven te Eppegem (Militaire begraafplaats) in kist n° 541.

Met dank aan Willy De Witte, die me deze informatie bezorgde.

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 7:56 am    Onderwerp: 17 september 1914 Reageren met citaat

Petrus van Nuffel:
Het verkeer op den ijzerenweg tusschen Aalst en Gent werd den 17 September hersteld, en eenige Aalstenaars namen de gelegenheid te baat, om zich naar de grens te begeven. Maar weldra vernam men dat de brug opnieuw door den vijand bezet en bewaakt werd. Zekere Van Nuffel, van Lebbeke, kwam in Aalst toe met het volgende nieuws: “de Duitschers hadden hem willen dooden, omdat hij weigerde hen den weg te wijzen; zij ontnamen hem een varken en eene geit, ledigden zijne kassen en stolen zijn proviand; hij bevond zich thans met vrouw en kinderen in onze stad, en dierf niet meer weerkeeren; devijand brandde en moordde nog steeds te Lebbeke en te Sint-Gillis; Wieze zat vol vluchtelingen.” Gedurende zijn verhaal hoorde men in de nabijheid het geknal van hevige ontploffingen. Een groote volksmassa drong verschrikt in de bureelen des burgemeesters, schreeuwende:
- Men vecht op het Burgemeestersplein ! Belgische mitrailjeurs tegen een Duitsche patroelje !
't Einde asem kwam een Aalstenaar toegeloopen, die gilde
- 'k Heb een boer van Moorsel zien doodschieten op den ijzerenweg, aan de Pontstraatpoort !
Het geschut hield heel den morgen aan. Een Duitsch werd, op het Burgemeestersplein, doodelijk gekwetst, en twee zijner landgenooten licht gewond. De patroelje trok achteruit naar Hekelgem, en een Belgische auto rolde door de stad en verdween langs den Gentschensteenweg. Gedurende dit gevecht werd de woning van den schrijnwerker Van den Eynde beschadigd.


wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 7:58 am    Onderwerp: 18 september 1914 Reageren met citaat

Petrus van Nuffel:
Op 18 September kwam nogmaals een groep Duitschers van Moorsel, en eene nieuwe schermutseling had aan de Pontstraatpoort plaats. Twee pinhelmen stegen uit een auto, baron de Mumm en een doctor. Zij boden aan den burgemeester een geweer van Duitsch maaksel aan, hetwelk deze alleenlijk aanvaardde tegen een schriftelijke verklaring; s'avonds kwamen dezelfde personen dit wapen, op het politiebureel, terughalen. Wat truk !
- Binst den dag werd er gestreden nabij de kerk van Erpe. Twee Duitschers waren op den toren onzer Sint Martenskerk (1) geklommen, terwijl negen wielrijders de uitgangen bewaakten. s'Avonds bood zich ten Landhuize eene juffrouw aan, die zegde te voet van Brussel gekomen te zijn met eenen brief voor den burgemeester van Gent; zij vroeg een rijtuig om naar Lede te rijden, vanwaar de trein naar Gent nog bolde. Maar men vertrouwde de juffer niet verder dan haar schaduw en zij onderging een langdurig verhoor, tijdens hetwelk zij haar rechtzinnigheid bewees, met een vertrouwelijke mededeeling: “Burgemeester Max (2) is aangehouden” hetwelk slechts later zou geweten en bevestigd worden.
Te Lebbeke waren dien dag maar, zes menschen meer.


(1) St.Martinuskerk vanuit de Pontstraat gezien, links het St.Jozefcollege

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



(2) Brussels burgemeester Adolph Max

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 8:00 am    Onderwerp: 19 september 1914 Reageren met citaat

Petrus Van Nuffel:
De nacht bracht niets bijzonders, doch den 19 September begon van af 6 uur 's morgens het kanon te brommen en het gerucht naderde. Zeven Duitsche wielrijders vormden op de Markt een kleinen groep. Ten half 7 uur brak een hevige storm los; regen, met hagel gemengd, kletterden overvloedig neer. Eenige uren later bleef eene Belgische patroelje aan de poorten der stad even stil.
Op den buiten werden de windmolens afgebrand of onbruikbaar gemaakt.


Enkele duitsers voor de resten van een windmolen in de omgeving van Aalst

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



(foto is wat onduidelijk, maar zo gauw ik de originele foto heb kan ik er een betere scan van maken)

wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 8:01 am    Onderwerp: 20 september 1914 Reageren met citaat

Petrus Van Nuffel:
Den Zondag 20 September kwam Volksvertegenwoordiger Petrus Daens (1) den burgemeester kennis geven van een onderhoud, hetwelk hij had met generaal Clooten (2), van wien hij een paspoort kreeg voor de bevoorrading der stad. Met hetzelfde doel had een zoon des burgemeesters, reeds 's Vrijdags te voren, een verhoor gekregen met den generaal en den gouverneur.

(1) volksvertegenwoordiger Petrus Daens

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



(2) Luitenant Generaal Clooten, militair gouverneur van de niet bezette zone in augustus, september en oktober 1914

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 8:02 am    Onderwerp: 21 september 1914 Reageren met citaat

Petrus Van Nuffel:
Schermutselingen tusschen Belgische en vijandelijke patroeljen geschiedden den 21 September. De molens van Maxenzele waren door het vuur vernield en deze van Goyck door dynamiet. De Thybaert's van Hofstade werden geroepen om in Brabant al de molenzeilen af te doen, ten einde dezelve te bewaren; men weet, dat de Duitschers beweerden dat die zeilen als signalen dienst deden. - Voermans, die van Schoonaarde kwamen, ontmoetten Belgische soldaten, die 7 Duitschers, te Ninove gevangen, opleidden.
Eene Duitsche patroelje snuffelde in het Osbroek.
De Belgen zaten te Erpe.


wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 8:03 am    Onderwerp: 22 september 1914 Reageren met citaat

Petrus Van Nuffel:
De Duitsche troepen verlieten den 22 September Assche en Ninove, en lieten aldaar nog slechts een 600-tal manschappen. Er werd gevochten te Bergen en bij Vilvoorde. Men sprak van al de paarden van Brabant op te eischen. Rond den middag werd te midden van onze Groote Markt eene Belgische mitrailjeuse opgericht; eenige Belgische gendarmen (1) en soldaten kwamen post vatten aan de hoeken der straten. Er gaan verwoede straatgevechten geleverd worden, want eene Duitsche patroelje loopt in de buitenwijken rond. Gelukkiglijk trokken de Belgen in den namiddag weg, en alle onmiddellijk gevaar was geweken. s'Avonds kwam ons volk nochtans weer met eenige krijgsgevangenen.

(1)Uit “Historique des Troupes Territoriales en Belgique en 1914. Groupement Clooten”:
Le groupe de gendarmerie du Major Blondiau: Le 22, les 3 escadrons, l'auto-mitrailleuse du Lieutenant Vigneron et la compagnie cycliste de la garde civique, sous le commandement du Major Blondiau, font leur entrée dans Ninove, où la population leur fait un accueil enthousiaste. A 12 h. 45, sur la route de Ninove à Alost, ils rencontrent 20 cyclistes ennemis, en tuent un et font 7 prisonniers.
Le Major Blondiau disposait de:
1 officier adjoint (Lieutenant Vigneron) et 1 auto-mitrailleuse blindée
3 escadrons de 85 à 90 gendrames à cheval:
- I. Capitaine Maury
- II. Capitaine Kestelin
- III. Lieutenant Lebrun
1 peloton de gendarmes cyclistes (Capitaine Frémault)


wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 8:04 am    Onderwerp: 23 september 1914 Reageren met citaat

Petrus Van Nuffel:
De laatste dienstplichtigen der klas van 1914 gingen den 23 September het leger vervoegen. (Eenige oproepingsbrieven, door den Burgemeester onderteekend, waarvan de titularissen niet gevonden waren, werden later door de Duitschers op het politiebureel ontdekt; dit werd den heer Leo Gheeraerdts, door den vijand, als een zwaar vergrijp tegen de oorlogswetten aangerekend). Iemand van Appels gaf bijzonderheden over het afbranden van acht huizen in zijn dorp; de Duitschers, die aldaar gelogeerd waren, staken er uit erkentenis het vuur aan en vermoordden vier menschen. Hij sprak ook van een gevecht te Berlaere, waar de Duitsche kanonnen in de weiden verzonken door de overstroomingen, die de Belgen verwekt hadden.

En in “Historique des Troupes Territoriales en Belgique en 1914. Groupement Clooten”:
Le groupe de gendarmerie du Major Blondiau:
Le 23, à la demande du G. Q. G., le Ier escadron avec l'auto-mitrailleuse et 20 chasseurs cyclistes de la garde civique sont envoyés dans le secteur Alost-Ninove avec mission expresse de faire des prisonniers (afin d'identifier les troupes allemandes occupant le pays). Le gros de l'escadron s'établit en repli à Burst et envoie à Haeltert une patrouille qui se heurte à des Hussards de Brandebourg (12e) et leur enlève 4 prisonniers (dont 1 officier) et 3 chevaux.

wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 8:06 am    Onderwerp: Reageren met citaat

Alostum schreef:
Petrus Van Nuffel verhaalt verder

Den 7 September van 6 uur's morgens, .....
Verscheen een Duitsch vlieger, die een vlagje, aan hetwelk een briefken gehecht was, liet nederdalen. Alhoewel geen moeite gespaard bleef om dit bericht in handen te krijgen, duurde het zoeken zóó lang, dat de bevelvoerende generaal ongeduldig werd en dreigde gansch het statiekwartier in brand te steken, in geval het stukje papier niet te voorschijn kwam. Een patroelje Uhlanen ging in negen aanpalende straten, van huis tot huis, opzoek; waar de bewoners afwezig waren, werden de deuren met, bijlslagen opengebeukt. Drie ruiterijsoldaten drongen, in de Koophandelstraat, ter woning van den vleeschhouwer Adolf Scholliers (1); zij grepen den braven man vast, plantten hem den revolver op de borst en sleurden hem naar boven. Beneden hoorde men het eendelijk kermen van den ongelukkige, gelijk hij op den zolder mishandeld werd; vervolgens zagen zijn vrouw en kinderen hem beneden, naar de straat trekken, weer binnen brengen, andermaal naar boven sleuren, om daar opnieuw geslagen en wreed gestampt te worden. (Adolf Scholliers overleed den 13 Mei 1916, tengevolge dezer martelie). Het briefje werd eindelijk gevonden, overhandigd aan den politiecommissaris Bauwens en den aanvoerder besteld; er stonden slechts twee woorden op: Frankreich gefarlich; dus een bevel om met verhaasten stap naar Frankrijk te rukken.




(1) Adolf Scholliers is geboren op 19-12-1870 in Aalst. Adolf is overleden op 13-05-1916 in Aalst, 45 jaar oud.

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!


Echtgenoot van Maria Ludovica De Meersman, wonende Koophandelstraat.

"Den 31 Augusti 1914 was door een Duitsch vlieger een briefje neergeworpen. De soldaten dreigden het Statiekwartier in brand te steken, indien het briefje niet gevonden werd. Scholliers werd op zijnen zolder, door drie uhlanen, zoo deerlijk mishandeld, dat hij ziek werd en den 13 Mei 1916 overleed. De geneesheeren schrijven zijn dood toe aan de geweldige onderstane marteling op 31 Augusti 1914."

Beide gegevens komen van Petrus Van Nuffel, maar de datums verschillen !

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 8:08 am    Onderwerp: Reageren met citaat

[quote="Alostum]Petrus Van Nuffel vervolgd:

Den Maandag 14 September was 't eerste nieuws, dat er Duitschers in het omliggende gezien waren, en dat bijgevolg, door Koninklijk gebod, de brug geheel moest vernietigd worden .... [/quote]

Uit het duitse soldatenblad "LANDSTURM" opsteller was Wilh. Neuhaus, Landsturm Bataillon Hersfeld, gedrukt te Aalst bij Van de Putte-Goossens


Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!




Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 8:09 am    Onderwerp: 24 september 1914 Reageren met citaat

Petrus van Nuffel:
Den 24 September wandelden in de Molenstraat een Belgisch officier en een Belgisch soldaat, die een kijkje gingen nemen op de vernielde spoorwegbrug. Een Belgische patroelje verbleef in de stad. Een aantal Duitschers waren gezien te Moorsel, andere te Hekelgem, en deze laatste waagden zich tot aan de Pontstraatpoort. Tusschen middernacht en één uur vloog een Zeppelin over Aalst, die lichtstralen afwierp en verdween in de richting van Oostende, waar hij drie bommen liet vallen. - Denzelfden dag werd hier door de Belgische militaire overheid een inwoner aangehouden, bij name Adolf Walbrecht (1), uit Duitsche ousche ouders geboren. Hij werd onmiddellijk naar Dendermonde gevoerd. Men kwam aldaar toe, tusschen 7 1/2 à 8 uur s'avonds; in de stad lagen wel 20.000 man troepen en op de Markt stroomde het van krijgsvolk. Aan de Veerbrug geraakte de automobiel tusschen twee vuren: de Duitschers schoten op het voertuig, en de Belgen, denkende met een vijandelijk auto te doen te hebben, deden hetzelfde. Walbrecht werd gedood, en de chauffeur was een hiel vermorzeld. Sinds zijn overbrenging naar Dendermonde wist hier niemand van Walbrecht meer te spreken; ondanks de opzoekingen, tijdens de bezetting, zijner vrouw en van de ouders, bleef steeds een zwaren sluier hangen over de omstandigheden zijner tragieke dood. Na den wapenstilstand stond een landbouwer van Grembergen op zijn veld te werken, wanneer hij met de schup tegen een hard voorwerp stootte; hij groef dieper en ontdekte de kist,die het lijk van Adolf Walbrecht bevatte.
Meer en meer begon de verlatenheid zich doen te gevoelen. Alle ekonomisch leven had opgehouden; de bevolking, gekwollen door het onzekere der tijden, bracht de lange dagen en bange nachten rusteloos door. Het weekblad De Denderbode bleef den 20 September weg, en De Volksstem verscheen voor het laatst den 25 daaropvolgende.


(1) Uit “Adresboek stad Aelst 1909”: Walbrecht Adolf, meestergast, Scherreveldstraat 20, Aalst

Nog twee Aalstenaars sneuvelden die dag

Philibert Camiel Pierre Aercke (° Aalst 13-07-1891, † Zemst 24-09-1914), soldaat bij het 2e Linieregiment 3e Bat., 2e Comp.

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



Petrus Steenhout († Boortmeerbeek 24-09-1914)

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!




wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 8:11 am    Onderwerp: 25 september 1914 Reageren met citaat

Petrus Van Nuffel:
Tot 10 uur voormiddag van den 25 September gebeurde niets merkweerdigs. Maar alsdan kwam een poltieman den burgemeester verwittigen, dat Duitsche onderhandelaars hem met ongeduld, ten Landhuize, verbeidden. De vijand, het legerkorps van von Mayer, 40.000 man sterk, lag, vóór de stad, op den Brusselschensteenweg. Vooraleer binnen te komen, eischte de generaal een onderhoud met de gemeente-overheid en verscheidene gijzelaars. Terwijl ernaar een rijtuig uitgezien werd, besloten de schepenen Moyersoen, De Wolf en Dr Bauwens (1), M. Gheeraerdts te vergezellen. M. Michel Gheeraerdts, zou als taalman zijn hulp verleenen. Onder goed geleide kwamen allen aan den hoek der Albrechtlaan, vóór von Mayer en een ander officier; deze hernieuwden de bedreiging, van den eersten magistraat door den kop te schieten en de stad af te branden, bij den minsten aanslag op éénen soldaat. De stadsoverheden werden als gijzelaars, onder de bewaking van eenen major, in de zaal van den Gemeenteraad, ten Landhuize, opgesloten en moesten aldaar, onder de bewaking der pinhelmen, het noenmaal
nemen; slechts doctor Bauwens mocht vertrekken, om zijn zieken te bezoeken.
Rond twee uur daalde het ontzaglijk leger in de stad (2). Ransels werden ontgespt; geweren schoven languit op den grond; een gedrang als op een jaarmarkt; een lawaai van grove uitroepen en van staal en van blik, om oordul te worden; duizenden krijgers woelden dooreen; honderden paarden trappelden door stegen en straten, met hun zingende ruiters, de Husaren der Dood:
Uns’re Heimat, uns’re Heimat,
Un’'re Heimat ist uns lieb !
patroeljen drongen in de achterbuurten, tot in de verstafgelegen hoeken der stad, juichend:
Gloria ! Viktoria !
Burgershuizen, fabrieken, scholen, 't stak weldra al gestrijkt-vol: de openbare plaatsen, markten en lanen zagen zwart van wagens, kanonnen en veldkeukens. Die Husaren, met tronies van saters en bandieten, grijnzend onder zware kolbakken met zilveren doodshoofden, verzekerden dat twee legerkorpsen volgden. Op veel uniformen las men de nummers 74, 73 en 9. De staf verbleef in het Hôtel du Comte de Flandre (3), waar aldra de auto van gouverneur von der Goltz (4) toekwam. Dit bezoek vernemende, besloot M. Michel Gheeraerdts de vrijheid der gijzelaars te bekomen. Met dit doelwit begaf hij zich naar het gasthof; hij werd er ontvangen door eenen adjudant, een man met onderscheiden manieren, die den gouverneur verwittigde dat er hem een verhoor werd gevraagd, von der Goltz deed overbrengen, dat M. Michel zich moest verstaan met von Mayer (5); de generaal stemde toe in het loslaten der gijzelaars, zeggende dat de Burgemeester van Aalst op hem goeden indruk had gemaakt, dat hij hem op zijn woord de vrijheid gaf, maar dat hij verantwoordelijk bleef voor de openbare rust. De gijzeling was ten einde. Er dient hier bijgevoegd te worden, dat de familiën in de grootste onrust hadden verkeerd, want binst den dag liep het gerucht dat de aangehouden overheden gefusiljeerd waren in het schietplein der Burgerwacht, op de Pontstraatpoort.
s'Avonds hadden politie en pompiers aan de Sinte Annabrug post gevat. Een Duitsch feldwebel, kortstaltig, en ongemeen frank van opzicht, stapte van zijn rijwiel en verklaarde dat, aan den Zwarten Hoek, op de soldaten gevuurd was, en dat, binnen een uur, de stad moest afgebrand worden.
- Ja, alles plat, gekte sergeant Emiel De Wilde. We kennen dit liedje al van buiten ! ...
Men nam het op nen lach. Doch't was ernst.
Trouwens, hoe dikwijls en hoe lang reeds was er twist uitgelokt ! Sedert verscheidene dagen immers zochten de bezetters naar een ellendigen uitvlucht, om te kunnen moorden, te rooven en te branden ....
De heer schepen De Wolf ging met een politieofficier naar de Boudewijnkaai, ter woning van M. Hippoliet Borreman-Buyl (6), waar een post met nen officier lag. De luitenant van dienst hield staande: Man hat geschossen ! En hij wees naar de brug van den Zwarten Hoek. M. De Wolf protesteerde en bewees dat hij loog. De Duitsch bleef onthutst, met z'n mond vol tanden staan gapen.
Het was overigens zeker, dat er schoten gelost waren, door de Duitschers zelf, op menschen die van hun werk kwamen. De moordenaars poogden zich later te verontschuldigen, met te zeggen dat zij dachten te doen te hebben met eene patroelje, die uit een kazern kwam !
't Kon rond half 6 uur s'avonds zijn. De arbeiders van de Viscose, op den Tragel, kwamen buiten. In den aanpalenden meersch zaten eenige Duitsche soldaten; pas hadden zij aan den uitgang van het fabriek een paar werklieden gezien, of ze vuurden hun geweren af. D'Hondt Theophiel (7), wonende Steenstraat, viel zwaar getroffen neer: een kogel was hem in den rug gedrongen. De overige arbeiders trokken verschrikt in het fabriek terug. D'Hondt sukkelde, eenige stappen verder, in eene gracht; meer kogels floten boven zijn hoofd .... De ongelukkige werd naar het hospitaal gebracht, waar hij, door doctor Heffinck goed verzorgd, nadien nog zeven maanden onder geneeskundige behandeling bleef.
Man hat geschossen !
Het krachtdadig optreden van schepen De Wolf heeft, dien avond, de stad Aalst van een gewissen ondergang gered.
Alle bruggen en poorten waren sterk bewaakt. In den nacht zag men de buitenwijken amper verlicht door den fantastischen schijn der bivakvuren.
Niemand sliep ………….


Uit “Geschiedenis van het regiment en Guldenboek van de Verbroedering der Oud-stijders van het 5de Lansiers 1914-1918”
(aanloop tot …) HET GEVECHT TE AALST
De 25e September te 12 u. 05' wordt het 5e Lansiers vervoerd van het station van Zurenborg (Antwerpen) naar Gent.
Het 1ste, 2e en 3e eskadron worden te Zwijnaarde gekantoneerd, terwijl het 4e eskadron de nacht doorbrengt in de hall van de tentoonstelling te Gent.


(1) Isidoor Jozef Bauwens, dokter in de geneeskunde (° Aalst 09-03-1855, † Aalst 09-10-1918)

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!


Notitie bij Isidoor: Hij was erevoorzitter van het ANV-tak Aalst, lid van de KoninklijkeVlaamse Academie en betrokken bij verscheidene culturele verenigingen,waarvan hij meestal erevoorzitter was, o.m. bij "Het Land van Riem". Hij is de auteur van diverse wetenschappelijke werken; Hij schreef het toneelstuk "Iwein van Aalst", (met muziek van Gustaaf Pape) dat voor het eerst in 1886 werd opgevoerd door "Het Land van Riem". Na hertaling werd het in april 1988 op de scene gebracht ter gelegenheid van de openingsfestiviteiten van het cultureelcentrum "De Werf".
Schepen van Aalst. Lid van de Provinciale Geneeskundige Commissie. Ridder in de Leopoldsorde. (Zie "Het Land van Aalst" 2006 nr.1, p.3-70)
Gehuwd met Maria Louisa De Cock. (° Erembodegem 12-02-1857, † Aalst 30-08-1922)

(2) De eerste Duitse troepen op de Grote Markt

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



(3) Stationsplein, uiterst rechts het Hôtel du Comte de Flandre

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



(4) Baron von der Goltz was born in 1843. After reaching the rank of major, Goltz left the German Army in 1883 to take up a training post with the Turkish Army. He returned to Germany in 1896 as a lieutenant general. After the successful invasion of Belgium in August 1914, Goltz became military governor of the country. In December, 1914, Goltz was transferred to Constantinople where he became a military adviser to the Turkish government. After a power struggle, in March 1915,Goltz replaced Liman von Sanders as commander of the Bosporous Army. His plans for a major attack on the British in Egypt and India were rejected. In October 1915 Goltz was given the command of the Sixth Army on the Mesopotamian Front. Baron von der Goltz supervised the siege of [CENSORED] but died a few days before the garrison's surrender in April 1916.

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



(5) Generalleutnant Karl von MEYER Died on 30 October 1914 in Brussels from wounds received at Droogenbroodhoek on 27 October. General von Meyer was Commander of the 37. Landwehr Infantry Brigade when he was wounded. (zie

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



(6) Hippoliet Borreman, handelaar (° Aalst 02-08-1857)

(7) Theophiel D´Hondt (° Erpe 22-01-1871)
Gehuwd met Maria De Wulf (° Aalst 03-04-1875)

wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Alostum
Site Admin


Geregistreerd op: 10 Mei 2010
Berichten: 6476
Woonplaats: Aalst

BerichtGeplaatst: Di Mei 11, 2010 8:14 am    Onderwerp: 26 september 1914 Reageren met citaat

A. Van der Heyden:
We zijn nu reeds 26 september (Zaterdag)
Vanaf de vroege morgen tot 3 uur in de namiddag komen eindeloze legerbenden van Brussel komende, door de stad. Hier en daar rond de stad waren er gevechten want de Duitsers brachten 'n aantal gekwetsten naar de "pupillenschool" die ze korte tijd nadien terug weghaalden. Zoals gewoonlijk waren de Duitse troepen pas vertrokken of de Belgische soldaten kwamen weer in de stad. Een echt verstoppertjes-spel. Om 5 uur voelden onze piotten zich weer "thuis" in Aalst. De Aalstenaars begrepen er niets meer van. Later zal men wel te weten komen hoe de vork in de steel zat.
Maar dat er ernstige zaken op til waren, kon men opmerken uit het feit dat in de Molenstraat (1) verschansingen werden opgeworpen met karren, wagens, balen katoen, matrassen en zelfs meubelen. Slechts enkele nauwe doorgangen waren voorzien. Beneden in de Bisschopsstraat, juist vòòr de brug zaten de soldaten terdege verschanst achter de geperste balen katoen die ze uit de "Filature du Canal" hadden gesleept. En aan de Tragel en achter de reizigersstatie langs de kant van de Dender, was men aan verdedigingswerken toe. Maar toch waren de barricaden aan de St.Annabrug het meest versterkt omdat men verwachtte dat de Duitsers, meest vanaf de Moorselbaan komende, de overgang van de St.Annabrug eerst zullen willen innemen. Nadien zal blijken dat ze dit plan zouden opgeven en zullen ze langs de "Zwarte Hoek" hun hevigste aanvallen ontketenen. Op de hoeken van de Hoveniersstraat (het begin van de Moorselbaan), ter plaatse "Hoek van Bremkes" genoemd, aan de hoeken van de "Hoge Vesten", "Varkensmarkt" enz ... zijn carabiniers-cyclisten geplaatst om de voor hen liggende straat te kunnen in 't oog houden. Hun rijwielen staan gereed om zo nodig er mede te kunnen vluchten in de richting van de Denderbrug.
Daar zijn ze ! We zien enkele ruiters te paard met getrokken revolvers voorbij ons huis rijden. Er is een wagen tussen hen die met allerlei materiaal is gevuld, maar aan de omdraai van de Moorselbaan, op enkele stappen van het slachthuis, worden ze ontvangen op enkele schoten geweervuur vanaf "’t slot" en "Bremkes". De Duitsers dringen niet aan en keren weer voorbij ons huis in de richting van Moorsel. Een andere groep pinhelmen was van Herdersem afgezakt door de Groenstraat en wilde zo langs de Binnenstraat naar de Hoveniersstraat een doorgang forceren, maar dit gelukte hen ook al niet. Toen ze daarbij enkele doden en gekwetsten moesten tellen, worden ze beestachtig woest. Ze drongen in de huizen en sleurden enkele bewoners naar buiten om ze op straat met revolvers en bajonetsteken af te maken. Door een achtervenster van ons huis sloeg mijn vader en mijn zuster dit wreed toneel in de Binnenstraat en de Groenstraat gade. Ikzelf zat met twee broers verscholen op de zolder van een achtermagazijn ... .
We hoorden duidelijk het gejammer en geschreeuw van de mensen die vermoord werden, maar dierven geen kik geven. Terwijl we angstig luisterden naar de jammerkreten kwam een inwoner van de Binnenstraat dwars door de hovingen achter ons huis gevlucht, kroop over de lage afscheidingsmuur en kwam binnen. Daar vertelde hij aan mijn vader wat hij had meegemaakt en hoe hij bij mirakel was ontkomen. Hij noemde de personen die hij zelf met revolverschoten en bajonetsteken had zien afmaken en die vader ook kende: De Spiegeleer Jozef (2) (Binnenstraat), Colin Gr. (3) (Klein Begijnhof). De anderen had hij niet zo goed gezien.
Rond 4 uur hield het schieten op, behalve 'n mitrailleuse, die maar steeds voortknetterde.
De Duitsers waren weg op de Moorselbaan, en aan de Binnenstraat zag men enkel burgers die aldaar de vermoorde en gekwetste burgers op kruiwagens of karretjes laadden. Ik ging ook 'n kijkje nemen maar een paar Belgische soldaten joegen me gauw weg.
We waren al gewoon geworden aan het zien van mensen die met pak en zak beladen voorbij trokken, steeds stadinwaarts, maar na deze gebeurtenissen begon het op een algemene vlucht te gelijken. Het was een treurig zicht de mensen te zien voorbijstrompelen, zwaar geladen en dan nog 3 of meer kinderen aan de hand meesleurend. Tot 7 à 8 uur 's avonds duurde de uittocht van vluchtelingen. Ook vader en moeder maakten pakken met eetwaren en klederen gereed en iedereen kreeg een pak aangewezen dat hij tijdens de vlucht zou moeten dragen en goed bewaren. We waren gereed, maar op het laatste ogenblik weigerde moeder te vertrekken, en mijn oudste zuster besloot alsdan ook thuis te blijven omdat ze moeder niet alleen wou laten. Uiteindelijk werd beslist dat iedereen zou thuis blijven en afwachten wat er morgen of later zou gebeuren ... . Ik ging met een paar broers dan eens naar de soldaten kijken die overal op loer lagen en vloekten omdat we kwamen zien naar wat ons niet aanging. We kwamen dan maar gauw terug naar huis. Er waren, behalve de soldaten, nog zeer weinig mensen op straat. Tijdens de nacht hoorden we geen enkel schot meer vallen, maar wel konden we zien dat op sommige plaatsen in de verte een rode gloed hing, wat er op wees dat daar huizen of fabrieken aan het branden waren.


Petrus Van Nuffel:
s'Anderdaags 26 September, een Zaterdag, vanaf 4 uur, begon het doorrijden van kanonnen en Duitsche ruiters, van kamions, wagentjes, verhuiswagens te Brussel, Leuven en elders gestolen. Van 9 tot 10 uur bulderde het geschut; het geweervuur werd gehoord tot 3 uur van den namiddag.
Men sprak van gevechten te Oordegem en Dendermonde. Te Lede waren drie huizen afgebrand.
In de Pupillenschool werden Duitsche gekwetsten binnengebracht.
Het legerkorps van von Mayer verliet onze stad langs den Brusselschensteenweg, vanwaar het gekomen was. Voorop een onbeholpen muziekkorps, met paukenslag en fijfelgetjilp. De zware botten dreunden op de kassei; de handen lagen om het wapen geklemd of langs het fijn rood biezeken van de gerepte broek; en ieders oogen keken in die van een officier. Met het rumoer van honderden dansende pagadders weergalmde uit duizenden monden het Duitsch staplied
Was ist des Deutschen Vaterland ?
Ist's Preussenland, ist's Schwabenland ?
Ist's wo am Rhein die Rebe blüht ?
Ist's wo am Belt die Möve zieht ?
O nein ! Uns Vaterland muss grösser sein !
Das ganze Deutschland soll es sein !
O Gott von Himmel sieh' darein,
Und gieb uns ächten deutschen Muth,
Das wir es lieben, treu und gut.
Das soll es ein ! Das ganze Deutschland soll es sein!
En het muziek helmde ver, over de breedgolvende vlakte, tot tegen de blauwe lijn der bossen.
De achterwacht verdween langs Mijlbeek, bijna op de hielen gevolgd door een afdeeling Belgische troepen, bestaande uit lansiers en voetvolk, die, rond 5 uur 's namiddags, te Aalst kwamen. In de Molenstraat (1) stegen de ruiters af en stelden hun paarden van aan het huis van deurwaarder Mahieu tot rechtover de kapel der Werf. Allen werden door de bevolking warm toegejuicht en cigaren, cigaretten, chocolade, enz., aangebracht; 't was een uitbundige vreugd, een gejubel zonder einde. In het gat der Markt, aan de apotheek Ghysselinckx, sloegen de burgers, met de wagens van den heer burgemeester, eene barricade op, vast voornemens hun stad te helpen verdedigen. In de Bisschopstrant, tusschen het huis van den brugdraaier Oscar Van Gaever en de apotheek Delbecque, stelden de Belgische soldaten een verschansing.
De Duitschers waren geen honderd meters verder. Men had ze zelfs op de Varkensmarkt gezien .... Daar verscheen schielijk eene bent aanvallers, voorafgereden door een auto. Onze lansiers, die hun mitrailjeusen aan de Sinte Annabrug hadden geplaatst, gaven vuur, terwijl het karabijngeschut insgelijks knap meewerkte. De vijand trok zich terug naar de Binnestraat, na eene korte schermutseling in 't begin der Hovenierstraat, om aan het Geldhof, het groot korps te vervoegen. De Belgen kwamen weer de stad in, waar zij vreugdig ontvangen en met allerlei snoeperij ontvangen werden. Hadden z'in getal geweest, zij waren geenszins in hun stelling, gekomen, maar z'hadden de vernielzuchtige horde achtervolgd.
De bende Duitschers toog machteloos achteruit., Een officier gaf bevel de Binnestraat af te branden, en weldra stonden eenige huizen in vuur en vlam. Aan vluchten viel niet te denken: er roezemoesden hier tweehonderd razende kerels, die op den tast schoten, de deuren en vensters verbrijzelden, en, tuk op moord, hunnen wrok bot vierden. De Spiegeleer Edward (2) was met zijn vrouw en vier kinderen en eenige geburen in den kelder zijner woning verdoken. Eensklaps ontstond een hevige brandreuk: het huis had vuur gevat; allen liepen naar boven; daar werd De Spiegeleer vastgegrepen en buitengesleurd; de man gilde hartverscheurend: Genade ! genade! ... Wanneer hij in de zep lag, trad een soldaat toe en schoot hem met den revolver een kogel in het hart; de dood was oogenblikkelijk.
- Colin Frans-Antoon (3) ontvluchtte ook zijn brandende woning; door de soldaten tot op het Klein Begijnhof achtervolgd, en aldaar ingehaald, werd hij het hoofd en het hart door bajonetten doorstoken; Colin kermde eene wijl en dan niets meer; hij had opgehouden te leven. Nadat de geburen het vuur zoo goed mogelijk gebluscht hadden, namen zij de lijken op en droegen deze naar het hospitaal, waar Zuster Amelberga vaststelde, dat Colin, in het gansch misvormd gelaat, zeven bajonetsteken had ontvangen.
Men verzekerde dat, onder die moordenaars en branders, Duitschers herkend zijn, die, eenige dagen vroeger, de statie en het postkantoor vernielden, en, op den Brusselschensteenweg, den stadsbode Gustaaf De Clerck zijn zakgeld afhandig maakten.
Dit alles verwekte natuurlijk in deze volkswijk een hevige ontroering; en een uitzinnige angst maakte zich van velen meester. Geen wonder ! De verslagen vijand zou terugkeeren en zich bloedig wreken. En hij was sterk, overmachtig in getal: in den omtrek van het Geldhof zagen de velden en de weiden grijs van pinhelmen, wagens en kanonnen. Om 7 uur s'avonds begon de vlucht, en deze werkte zóó voortzettend, dat de Sinte Annabrug opengedraaid werd en slechts alle tien minuten toegankelijk was: die drukke beweging duurde tot 1 uur, ’s nachts ... Een armzalige menschenmassa, beladen met kleederen en pakken, aan de hand schreiende kinderen leidende, op kruiwagens zieken en ouderlingen voerende; gansche drommen, met dwaze blikken, tot den treure toe, omkijkend naar de geliefde woonplaats, waar zooveel overbleef wat schamel, maar dierbaar was. En waarheen ? ... Naar het Landhuis, waar weldra de twee panden, de politiebureelen, de zalen van het Vredegerecht aan vluchtende familiën een onderkomen voor den nacht verleenden. Op bevel van Burgemeester Gheeraerdts gingen de politieagenten en ander bedienden spijs en drank halen in de herbergen en bakkerijen der Groote Markt, dit alles uitgevoerd met ware deelneming en heldhaftigen iever.
Al de bruggen waren opengedraaid. Niemand meer mocht de stad verlaten. In de straten liepen Belgische soldaten, bezonderlijk lansiers, die hunne paarden op de voetpaden rangschikten.
De vooruitgang des vijands was dus op den rechteroever des Denders tegengehouden. Een deel der Belgische ruiterij, vergezeld van eene batterij lichte artillerie, snelde naar Erembodegem, om de baan van Brussel te bereiken en aldus de Duitschers tot den aftocht te dwingen. Na eenigen tijd ten zuiden van Hekelgem post gevat te hebben, moesten onze moedige maar overmande troepen, rond den avond, voor de overmacht wijken en zich terugtrekken naar Iddergem, terwijl de Duitschers Okegem bezetten.
En toch was al het gebeurde slechts het voorspel van de akelige tragedie, die Aalst s'anderdaags zag opvoeren. Gedurende den nacht drong de vijand, die in den beginne overal geweken had, maar over de magere getalsterkte onzer troepen ingelicht werd, gestadig vooruit. Hij onttrok zich, dank zij de duisternis, aan een dreigende omklemming in de streek. van Lebbeke-Opwyck en maakte front naar onze stad.


Uit “Geschiedenis van het regiment en Guldenboek van de Verbroedering der Oud-stijders van het 5de Lansiers 1914-1918”
HET GEVECHT TE AALST (vervolg)

De 26e September te 5 u. wordt het volgende bevel gegeven “Een brigade Landwehr, met drie veldbatterijen, twee zware batterijen, snelvuurgeweren en twee eskadrons Huzaren marcheerden de 25e van Groot-Bijgaarden naar Aalst, waar het grootste gedeelte bleef. Een detachement met snelvuurgeweren rukte op naar Oordegem.
De Ruiterijdivisie had als opdracht, de door deze troepen gevolgde richting na te gaan en te trachten hun opmars te vertragen zo deze voortging ten Westen van de Dender.
Zij zal als volgt naar Aalst gaan, in twee kolommen: rechter kolom: voorhoede onder bevel van de commandant van het 5e Lansiers, een groep 5e Lansiers, de lste Compagnie Carabiniers-cyclisten; hoofdkorps: 2e Groep van het 5e Lansiers, 3e artillerie-batterij, 4e Lansiers”.
De mars op Aalst geschiedde zeer langzaam.
Te 9u.30' wordt een peleton van het lste eskadron van het 5e Lansiers gevoegd bij de compagnie cyclisten die naar Hooging moesten en Oordegem langs het Z.-W. dienden aan te vallen; het 2e peleton van het 2e eskadron dient als steun voor de 3e artilleriebatterij, die stelling zoekt in de richting van de molen, op 400 m ten Noord-Westen van Uilenbroekdries.
Het gros van de brigade gaat naar deze plaats in volgende orde: 3e en 4e eskadron van het 5e Lansiers; 2e, 3e en 4e eskadron van het 4e Lansiers.
Te 9u.45' worden het 3e en 4e eskadron van het 5e Lansiers ter beschikking gesteld van de Kolonel van het 4e Lansiers om Oordegem aan te vallen: te 10u.20' worden deze eskadrons gevormd, gekeerd naar het Noord-Oosten, nabij de hoeve van Bussegem.
In werkelijkheid is Oordegem niet sterk bezet en te 10u.30' wordt bevel gegeven naar Erpe op te rukken; het 1ste eskadron leverde de voorhoede.
Te 11u.20' wordt een rechtse patrouille onder vuur genomen ter hoogte van Erondegem. Drie peletons van het 3e eskadron 5e Lansiers en een peleton van het 4e Lansiers werden deze richting uitgezonden.
Te 14u.05' wordt de mars naar Aalst voortgezet.
Toen het 4e eskadron ter hoogte van Erpe aankwam, vernam zijn Commandant dat Duitse infanterie, gewapend met snelvuurgeweren, de spoorweg van Zottegem bezette tussen K.P.4 en K.P.5 en het kruispunt van Vijfhuizen.
Toen het eskadron en de cyclisten het gevecht aanvatten gaf de bevelhebber van de brigade aan de voorhoede-cyclisten opdracht naar Aalst voort te gaan en er zich te vestigen om, de molen langs de baan van Opwijk tussen A.1 en A.2 waar te nemen, en aan het 4e eskadron, zich langs Maal en Siesegem naar Aalst te begeven om de vooruitgang van de vijand af te snijden.
Om aan het vuur van de Duitse infanteristen te ontkomen, die verschanst waren in de hagen van Vijfhuyzen en aan A.24.500 van de weg op Gent, vertrok het 4e eskadron in galop op één rij van de molen, gelegen op 600m ten N.O. van Erpe, naar Maal.
Nadat de paarden ten Z. van de kapel van Maal geplaatst waren, deed de Commandant van het 4e eskadron de grenzen ten Oosten en ten Noord-Oosten bezetten en aarzelde niet de geweren tot zwijgen te brengen, welke afgevuurd werden vanuit het bosje aan A.25 van de baan op Gent, vanuit de molen van Siesegem en zelfs vanuit het kasteel Terlinden (N.O. van de A.25). Het was toen 15 uur.
Toen de Generaal bevel gaf naar Aalst op te rukken, zag de Commandant zich verplicht de medewerking te vragen van de artillerie om de tegenstander uit de drie plaatsen te verdrijven.
Vanaf 16 uur, geen beschieting meer. De mannen stegen op hun paarden en het eskadron zette het op een draf langs de grote baan en in galop werd Aalst binnengedrongen, waar de laatste Duitse infanteristen vervolgd werden, die naar de stad terugtrokken en begonnen een gevecht met de infanteristen van de 73e Landwehr.
De brug van Brussel (4) werd weldra ingenomen door een peleton cyclisten met auto-mitrailleuses, een escouade ruiters bij de sluis, twee peletons en een auto-mitrailleuse op de brug van Opwijk (5), een escouade op de spoorwegbrug ten Z.O. van het station van Aalst en een andere op de viaduct van de spoorweg op 100m ten Z.-Z.-O. van A.12 van de weg naar Dendermonde. Al deze bruggen werden omgetrokken of versperd.
De commissaris van politie bericht ons dat een duizendtal Duitsers zich te Mijlbeke bevinden. Een Duitse sergeant van het 73e bevestigde dit. De inwoners deelden ons eveneens mede dat er loopgraven aangelegd werden ten Z. van Mijlbeke en dat de Duitse voorposten de straat, die de verlenging is van de gekasseide weg op Boskant, bezetten.
Omstreeks 18 u. werd vernomen dat de Carabinierscyclisten de brug van Brussel (4) verlaten hadden met hun snelvuurgeweren in ongekende richting; een van de peletons, belast met de verdediging van de brug van Opwijk (5) werd er naartoe gezonden.
Bij uitdrukkelijk bevel verlieten ook de automitrailleuses de brug rond 18u.30' met bestemming Gent.
Hierdoor bleven er rond 19 u. slechts drie peletons van het 4e eskadron 5e Lansiers over om Aalst te verdedigen. Een kwartier later kreeg een peleton van het 2e eskadron, juist ter plaatse aangekomen, van de Commandant van het 4e eskadron opdracht, de brug van Brussel (4) te gaan bezetten ter aflossing van het zich daar bevindende peleton. Zodra de aflossing gebeurd was, moest dit laatste zich vestigen op de brug van Opwijk (5).


En in “Historique des Troupes Territoriales en Belgique en 1914. Groupement Clooten”:
Le groupe de gendarmerie du Major Blondiau:

Le 26, l'auto-mitrailleuse suivie de deux escadrons de gendarmerie accompagne le 5e lanciers à Alost, pousse jusqu'au pont de la Dendre et y capture une auto occupée par 3 millitaires allemandes


Uit „The Bryce Report“

The civilians were utilised on Saturday, the 26th September, as a screen. During their retreat the Germans fired 12 houses in Rue des [CENSORED] s Clefs (6), and three civilians (7), whose names are given, were shot dead in that street after the firing of the houses. On the following day a heap of nine dead civilians were lying in the Rue de l'Argent (Cool.
Similar outrages occurred at Erpe, a village a few miles from Alost, about the same date. The village was deliberately burnt. The houses were plundered and some civilians were murdered.
Civilians were apparently used as a screen at Erpe, but they were prisoners taken from Alost and not dwellers in that village.

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



(1) 5e lansiers verdedigen Aalst. Naar alle waarschijnlijkheid zijn deze foto’s in scene gezet. Oorspronkelijk komen ze uit een filmopname, gemaakt door J.Frank Brockliss. Foto’s uit deze opname verschenen in “The Daily Mirror” en er werd ook een reeks postkaarten (bijgewerkte) van gemaakt.

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!




Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!



Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!




(2) Edwardus (ipv. Jozef) De Spiegeleer (° Aalst 26-3-1862, † Aalst 26-09-1914)

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!


Notitie bij overlijden van Edwardus: geboren den 26 Maart 1862, echtgenoot van Verbeeren Dyonisa Cornelia, vader van vier kinderen, wonende Binnestraat, 4. Bij het in brand steken der Binnestraat, den 26 September 1914, stond ook zijn woning in laaie vlam, hij kwam met vrouw en kinderen uit den kelder en wierd in den gang van zijn huis tweemaal geschoten; hij viel in de zep en bloedde dood.

(3) Frans Antoon Collin (° Aalst 18-12-1880, † Aalst 26-09-1914 in Aalst)

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!


Notitie bij overlijden van Frans: geboren den 18 December 1880, weduwenaar van Coppens Clementine, vader van drie kinderen, wonende Binnenstraat. De barbaren hadden, den 26 September 1914, de Binnenstraat in brand gestoken. Collin vluchtte tot op het Klein Begijnhof en werd door bajonnetten het hart afgestoken. Hij bezweek eenige oogenblikken later. In het hospitaal stelde men vast, dat de ongelukkige niet minder dan zeven steken had bekomen.

(4) Zeebergbrug

(5) Sint-Annabrug

(6) Drie Sleutelstraat

(7)Het derde burgerslachtoffer was:
Jozef Petrus Maria De Vos (° Aalst 28-01-1886, † Aalst 26-09-1914)

Enkel geregistreerde gebruikers kunnen deze link zien op dit forum!
Geregistreerd of Log in op forum!


Notitie bij overlijden van Jozef: geboren den 28 Januari 1886, echtgenoot van De Knyf Emma Eleonora, wonende Driesleutelstraat. Door de Duitschers, vóór hen, voortgestuwd naar de brug van den Zwarten Hoek, werd hij door eenen kogel in de keel getroffen, en stortte neer om niet meer op te staan.

(Cool Geldhofstraat


wordt vervolgd

mvg. Alostum Wink
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken
Berichten van afgelopen:   
Dit subforum is gesloten. Het plaatsen of bewerken van berichten of onderwerpen is niet mogelijk.   Dit onderwerp is gesloten. Het plaatsen of bewerken van berichten is niet mogelijk.    AALST, historiek Forumindex -> Aalst een belegerde stad Tijden zijn in GMT + 1 uur
Ga naar pagina Vorige  1, 2, 3, ... 15, 16, 17  Volgende
Pagina 2 van 17

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen in dit subforum
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Je mag je berichten niet bewerken in dit subforum
Je mag je berichten niet verwijderen in dit subforum
Je mag niet stemmen in polls in dit subforum

 photo DePauwinterieur_zps2bdaf8a0.jpg  photo vofdepryck_zps2bedebfd.jpg  photo parallel.jpg Nieuwe pagina 1

Uw reclame hier ?

neem dan contact op met de beheerder

Free counter and web stats


Powered by phpBB © 2001, 2005 phpBB Group
Vertaling door Lennart Goosens.

Abuse - Report Abuse - TOS & Privacy.
Powered by forumup.be gratis forum, maak/open eigen forum! Created by Hyarbor & Qooqoa - Auto ICRA

Page generation time: 2.198